Motivatie

Motivatie is de bereidheid tot het verrichten van bepaald gedrag en wordt onderverdeeld in extrinsieke en intrinsieke motivatie.

Extrinsiek: bepaald gedrag laten zien, omdat je ervoor beloond wordt, een compliment krijgt, afhankelijkheid van anderen.

Intrinsiek: bepaald gedrag vertonen, omdat je dat zelf wil, onafhankelijk van anderen, zelfdiscipline, verantwoordelijk voor en de controle bij jezelf.

Kinderen op school ervaren hetzelfde als volwassenen die werken voor een baas: ze moeten taken doen of doelen bereiken die opgelegd worden. Intrinsieke motivatie verdwijnt snel als je steeds hetzelfde moet doen, geen inspraak hebt in je werk- of leerproces, niet mee mag besluiten en bestraft wordt voor het niet halen van doelen. Je krijgt tegenzin, angst en stress.

Steeds meer wordt duidelijk dat als je zelf inspraak hebt in je werk- of leerproces dit je motivatie ten goede komt. Het werk of de taak kost het minder moeite, energie en je werkt efficiënter. Ook afwisseling, mee beslissen en een afgerond geheel maken in plaats van steeds hetzelfde kleine stukje, geven voldoening, zelfs voor taken die niet leuk zijn.

Ik vind dat alleen intrinsieke motivatie echte motivatie is. Je kunt mensen niet extrinsiek motiveren, maar wel inspireren, een zetje in de goede richting geven, de weg wijzen, vaardigheden leren, voordoen. Samen, gelijkwaardig, onvoorwaardelijk en liefdevol.

Luchtkwaliteit

Een paar feiten over vervuiling en klimaat:

Eenenvijftig procent van de wereldbevolking ademt vervuilde lucht in.

Wereldwijd sterven jaarlijks bijna negen miljoen mensen door luchtvervuiling.

Vanwege het coronavirus moesten fabrieken in China dicht. Vanuit de ruimte was te zien dat de luchtkwaliteit boven China ontzettend verbeterde.

Tijdens de lockdown van Parijs was de luchtvervuiling vijfenzeventig procent minder dan daarvoor.

In Siberië is een hittegolf, terwijl de temperatuur in de zomer daar normaal nauwelijks boven nul komt. De permafrost ontdooit.

De temperatuur stijgt op de hele aarde, in een heel kort tijdsbestek. Dit is nog nooit voorgekomen.

Veroorzakers: vooral wegverkeer en industrie.

Dit is het moment om met kritische ogen te kijken naar onze wereld. De vervuiling gaat ten koste van onze gezondheid, dieren sterven uit, het klimaat warmt op, de zeespiegel stijgt, oerbossen worden gekapt, er komen natuurrampen. De aarde wordt onleefbaar!

Zijn we onszelf aan het laten uitsterven door onze leefstijl?

Economische belangen gaan nog steeds voor het klimaat, milieu en natuur. Maar wat is geld, macht, luxe waard als je ziek wordt van de smog of als je land overstroomt door de stijgende zeespiegel?

Wat kun je zelf doen: minder of geen auto rijden, minder spullen kopen, minder pakjes (bulk kopen), duurzame, kwalitatief goede spullen hebben, thuiswerken, plastic free, zero waste. Het is er allemaal.

Het probleem is dat je je er eerst bewust van moet zijn en er moeite voor moet willen doen. Dat is wat er mis is: er zouden geen andere keuzes moeten zijn dan duurzame.

Verander: van materialist naar minimalist, van kunstmatig naar natuur, van individualist naar liefdevol met elkaar, van uniform naar divers, van stress naar ontspanning, van succesvol naar gelukkig, van te veel voor sommigen naar genoeg voor iedereen.

Plastic free?

Iedereen heeft wel eens beelden gezien van de plastic soep, vervuilde stranden en rivieroevers. Het is niet te ontkennen dat plastic een enorm probleem geworden is. Plastic is één van de meest gebruikte stoffen ter wereld, maar kan niet afgebroken worden in de natuur. Het verbrokkelt slechts tot microdeeltjes.

De afgelopen zeventig jaar is onze aarde overspoeld door plastic. Sinds dit decennium komt het besef dat het niet zo kan doorgaan. Fijn dat er wereldwijd maatregelen getroffen worden: het verbod op plastic tasjes, wegwerp plastic, plastic bestek en bordjes en drinkflesjes. Dit is een begin en gelukkig wordt het steeds makkelijker om je plastic verbruik te reduceren.

Plastic is zichtbaar: tandenborstels, verpakkingsmateriaal, drinkflessen, wegwerpscheermesjes en speelgoed. Maar het is ook onzichtbaar aanwezig in kleding, sponsjes, microvezel doekjes, shampoo, zonnebrandcrème, luiers en maandverband, matrassen, muurverf en theezakjes.

Plastic vervangers zijn glas, emaille, rvs, aardewerk, hout, karton en katoen. Eigenlijk alles wat van natuurlijke materialen is gemaakt en afbreekbaar of herbruikbaar is. Ook deze stoffen hebben een impact op de aarde, let op de keurmerken (bijvoorbeeld gots voor kleding). Plastic vervangers moeten van goede kwaliteit zijn en lang meegaan.

Bijvoorbeeld:

Koop groente, fruit, thee en eieren onverpakt en jam, honing, olijfolie, chocopasta, pindakaas en zonnebrandcrème zonder plastic nanodeeltjes in glazen potten. Kaas kun je bewaren in een bijenwasdoek.

Er zijn glazen statiegeldflessen en -potten voor zuivel, macaroni, linzen, noten, meel en koffiebonen.

Bak zelf je brood met bulkverpakkingen meel en gist.

Wil je frisdrank of water met een smaakje, kun je overwegen een sodamaker met glazen flessen aan te schaffen.

Servies, bestek, lunchtrommels en schoolbekers: die zijn van rvs, aardewerk, glas of emaille en kunnen heel lang mee.

Neem je eigen tassen en drinkfles mee voor onderweg.

Handen en haren wassen met een blok zeep. Scheren met rvs scheermes. Houten tandenborstels of van gerecycled plastic met vervangbare kop.

Maak schoonmaakmiddel, wasmiddel, afwasmiddel, deodorant en tandpasta zelf (soda, banking soda, kokosolie, maïszetmeel, azijn).

Afwassen en schoonmaken doe je met een houten afwasborstel, natuurspons en katoenen doekjes.

Gebruik muurverf met natuurlijke ingrediënten.

Houten (tweedehands) meubels geven een natuurlijke uitstraling en als je matras versleten is, kun je die vervangen door een plastic vrije of katoenen futon.

Wasbare luiers, wasbare zoogcompressen, wasbare billendoekjes, wasbare make-up schijfjes, wasbaar maandverband of een menstruatiecup zijn goedkoper, gezonder en duurzamer dan wegwerp.

Koop kleding en speelgoed het liefst tweedehands of bij duurzame winkels. Ga voor duurzame kleding en speelgoed van natuurlijke materialen als katoen, linnen, zijde en hout.

Stel jezelf de volgende vragen:

1. Heb ik het echt nodig?

2. Kan ik het zelf maken of lenen?

3. Kan het tweedehands?

4. Is er een duurzame, kwalitatief goede, verpakkingsloze, plasticvrije of wasbare variant?

5. Haal ik het zelf of laat ik het duurzaam bezorgen?

Overleven

Wereldnieuws: twee verdwaalde Nieuw-Zeelandse wandelaars hebben negentien dagen overleefd in de wildernis. Ze overleefden, omdat ze water hadden gevonden en op dezelfde plek bleven. Dat is nieuws, want een wonder.

Nederlands nieuws: Er loopt hier in Brabant een wolf. Die vangt schapen, omdat die voor hem makkelijke prooien zijn. De boeren houden de schapen onder onnatuurlijke en onbeschermde omstandigheden. Het instinct van de wolf raakt in de war en hij blijft bijten. Dit is nieuws, want die stoute ‘killer’ wolf is een moordenaar, hoort hier niet en moet zo snel mogelijk weg.

Wat hebben deze twee nieuwsberichten met elkaar te maken? Het zijn twee voorbeelden van hoe ver wij van de natuur verwijderd zijn geraakt.

Mensen zijn bang voor de wolf door gebrek aan kennis, doordat geen maatregelen zijn getroffen om het vee te beschermen tegen roofdieren en omdat we controle willen hebben. Een wolf die ‘zomaar’ (werd al een paar jaar verwacht door wolvenkenners) hierheen komt en aanpassingen van ons vergt, past daar niet bij.

We kunnen niet (meer) overleven zonder internet, smartphone, supermarkt en electriciteit. Het leven met en van de natuur zijn we vergeten. Pas als we verdwalen in de wildernis wordt onze kwetsbaarheid duidelijk. De natuur is ‘dus’ iets om bang voor te zijn, want gevaarlijk. En iets dat gevaarlijk is, moet weg.

Is dat erg? Natuurlijk!

Mensen gaan niet naar het bos, omdat daar gevaarlijke dieren zouden zitten. Kinderen weten niet dat melk uit een koe komt. De meeste mensen herkennen planten en bomen niet en weten niet hoe de vogels, insecten en andere dieren heten die ze zien. Nederland heeft niet eens echte natuur, behalve de zee. En de gevaren van de zee worden soms juist onderschat. Allemaal door gebrek aan ervaring en kennis van de natuur.

Er is bij steeds meer mensen het besef dat er iets niet klopt. Het schoolsysteem, werken, anonimiteit, individualisme, materialisme, eenzaamheid, gebrek aan intuïtie en sensiviteit, de verwoesting van de natuur: het voelt niet goed. Mensen zijn zoekend en dat uit zich in de behoefte aan andere woonvormen (tiny houses, boshuisjes, yurts, campers, zelfvoorzienend wonen, meergeneratiehuizen), andere scholen (democratische scholen, buitenscholen), anders werken (duurzaam, eigen baas, eigen werktijden, lokaal, sociocratisch, thuiswerken) en anders leven (natuurlijk, eenvoudig, minimalistisch, sociaal). Initiatieven waarin de worden tegengewerkt door onze zelf opgelegde regels.

Dat wij kunnen denken is soms een nadeel. Onze intuïtie wordt erdoor onderdrukt. We denken het beter te weten dan de natuur, maar richten juist schade aan. We maken onbelangrijke zaken belangrijk, omdat we daar geluk denken te vinden (vakantie, vliegen, spullen, mode). We denken op de korte termijn en inzichten blijken later toch weer niet te kloppen.

Leren zou moeten inhouden: je intuïtie volgen, naar je gevoel luisteren, kennis en ervaring opdoen in onze wereld, je talenten ontwikkelen, doen waar je goed in bent en gelukkig van wordt, sensitief zijn, samen werken, samen delen en samen beslissen met je stam en zonder schade aan de aarde aan te richten. Alleen dan overleven mensen.

Blote voeten kind

Daar gaat ons blote voeten kind,

doet altijd wat hem zelf zint.

Onze kleinste spruit

trekt direct zijn schoenen uit.

O nee, dat is jokken,

hij had ze niet eens aangetrokken.

Blote voeten in het gras,

lopen door een modderplas,

gaan langs de waterkant,

rennen door het zand.

Wondjes, splinters, ongerief,

die neemt hij gewoon voor lief.

Warm, koud of andere waarden?

Laat hem maar lekker aarden!

(Voor S., 5 jaar)

Voorleven

Hier in de buurt zie je de plastic soep in het klein: bouwafval wordt niet opgeruimd, waait van de bouwplaatsen af en verzamelt zich in de sloten. Er zit op dit moment een meerkoet te broeden op een nest omgeven door piepschuim.

De laatste tijd ruim ik regelmatig zwerfafval op. Meestal met de hond en de kinderen erbij. Soms rapen de kinderen ook wat op, maar vaker zijn ze aan het spelen. En dat is prima.

Wel wilde mijn dochtertje (7) ook een keer met de grijper afval opruimen. Ook prima, want vanuit haar eigen intrinsieke motivatie. We hadden zo een hele zak vol en het was een leuk moeder-dochter moment met fijne gesprekjes.

Gisteren hoorde ik mijn zoon (11) tegen een buurtkind zeggen dat hij zijn blikje in de prullenbak moest gooien. En waarom. Hij deed het netjes trouwens.

Nadeel is dat we nu overal ineens afval zien. 😕

Dit is een voorbeeld van voorleven: als ouders geef je het goede voorbeeld, de kinderen nemen het over. Ik denk dat dit één van de belangrijkste peilers is in de opvoeding. Jammer genoeg werkt het voorleven met slechte gewoontes ook. Denk maar aan dit gezegde: zoals de ouden zongen, piepen de jongen. 😉

Voorleven: (voor)lezen, bewegen, natuur, duurzaamheid, opruimen, muziek, kunst en cultuur maar ook gevoelens uiten, gelijkwaardigheid, grenzen aangeven, omgaan met emoties, empathie, zorgen voor en praten met elkaar.

Schoolpauze

Is de pauze van school goed voor de kinderen?

Ik zie dat onze kinderen:

Moeilijke trucs oefenen op de trampoline, in bomen klimmen, leren skateboarden, voorlezen aan hun jongere broertje, geen buikpijn meer hebben, in het water vallen, de laptop uit elkaar halen en weer in elkaar zetten, met de rolmaat van alles opmeten, ontdekken hoe je kunt videobellen, tekenen met stoepkrijt, interesse hebben in de ontluikende natuur, zwerfvuil opruimen, de buurt verkennen en nieuwe vriendjes vinden, zich afvragen wat die zeemeeuw hier in Brabant doet, Lego bouwwerken maken, de hond knuffelen, steentjes en stokken mee naar huis slepen, hutten bouwen, Minecraft herontdekken, hun grenzen aangeven, planten en bomen herkennen, jonge eendjes tellen, geen hoofdpijn meer hebben, probleempjes oplossen, op blote voeten lopen, zelf hun haren knippen, voor pony’s zorgen, spelen in de natuur, ruzietjes beslechten, letten op de kleintjes, de hele dag buiten spelen, weer bij zichzelf komen, gelukkig zijn.

En ik zie dat wij:

Slapen tot we uitgerust zijn, niet meer met de klok leven, uitgebreid lunchen, thuis zijn. Geen gehaast, iedereen ontspannen en zichzelf. Dat moet toch eigenlijk altijd zo zijn?

Dit zie ik in ons gezin en bij onze kinderen. Onze kinderen die niet zo goed in het schoolsysteem passen en die na schooltijd en in de vakanties gewend zijn om bovenstaande dingen te doen. Buiten, in de natuur, met uitdagend speelgoed, weinig schermen en veel beweging. Die zichzelf mogen zijn, gezien, gehoord, voorgelezen en geknuffeld worden en de dingen doen vanuit hun eigen intrinsieke motivatie.

Maar bij ons is echt ook niet alles ‘koek en ei’:

Zoals onzeker werk van man en daardoor misschien binnenkort minder inkomsten, weerstand van de kinderen tegen het schoolwerk, gemis van vriendjes en sportclub en een puber die de structuur kwijt is.

Tenslotte ben ik me ervan bewust dat er gezinnen zijn waarvoor de schoolpauze niet fijn is. Waar problemen nu juist versterkt worden. Voor de kinderen uit deze gezinnen zou het fijn zijn als zij als eersten weer naar school kunnen.

Vroeger (deel 2)

Hoe deed mijn oma het huishouden in de jaren dertig? Hoe leefde mijn vaders gezin zonder plastic, elektrische apparaten en een bad. Hoeveel afval hadden ze?

Het staat buiten kijf dat de hygiëne en woonomstandigheden nu beter zijn dan negentig jaar geleden. Ook de was doen, is tegenwoordig een stuk makkelijker (wasmachine), net zoals het bewaren van eten (koelkast). Het huishouden was veel en zwaar werk. Verder werd er in die tijd gestookt en gekookt op hout en kolen, veel slechter voor het milieu en de gezondheid dan het gebruik van groene stroom (en groen gas).

Maar: bij de melkboer, kruidenier en bakker kon je elke gewenste hoeveelheid laten afwegen. Melk werd in je eigen kan gegoten, meel zat in papieren zakken. Bij de kruidenier zat veel in glazen potten. In het dorp van mijn vader hadden mensen hun eigen groentetuin en kippen. Ook bij de boeren kochten ze groente, fruit en eieren. Dit was onverpakt, je nam zelf kan, mandje en tas mee. (Nu: de verpakkingsloze winkel, lokaal geproduceerd eten kopen en zero waste stroming.)

Maar: tot voor kort kende iedereen de technieken om eten langer houdbaar te maken. In de herfst werd jam gemaakt en groente ingemaakt of gefermenteerd (bijvoorbeeld zuurkool) in glazen potten en in de kelder bewaard. In sommige gezinnen werd één keer per jaar een varken gekocht. Dit lieten ze slachten en alles van het beest werd gebruikt: vlees, organen, botten, vet. Ook werd vlees gepekeld en bewaard voor de winter. (Nu wordt dit opnieuw ‘ontdekt’.)

Maar: met een paar basisingrediënten maakte de generatie van mijn oma alles zelf. (Nu: koken met een paar ingrediënten, zelf brood bakken.)

Maar: schoonmaken werd gedaan met bezem, soda, azijn en groene zeep. Je waste je met een blok zeep en mijn opa deed zijn hele volwassen leven met hetzelfde scheermes. (Nu: trend naar natuurlijker schoonmaken en persoonlijke verzorging zonder milieu- en gezondheidsimpact.)

Maar: kleding en linnengoed werd versteld, doorgegeven aan broertjes of zusjes of vermaakt. Knopen werden terug aangenaaid. De stoffen waren van natuurlijke materialen als wol, katoen en linnen. (Nu: minimalistische, degelijke, tijdloze kleding garderobe bestaande uit natuurlijke (gots) gecertificeerde materialen. En kinderkleding doorgeef netwerken).

Maar: de huizen waren eenvoudig, degelijk en functioneel ingericht. Er werd niets vervangen als het nog functioneerde, gerepareerd of hergebruikt kon worden. (Nu: minimalisme stroming.)

Maar: groenafval werd meegegeven aan de schillenboer voor de dieren. Flessen werden opnieuw gevuld. (Nu: recycle, statiegeldflessen.)

Maar: kinderen gingen te voet naar school, boodschappen werden per paardenkar of bakfiets thuisbezorgd of te voet gehaald. Het werk was in de buurt en te voet of per fiets bereikbaar. Op vakantie ging niemand. Misschien een dagje naar zee of met de trein naar familie. Kinderen waren de hele zomervakantie thuis en speelden buiten. In hun vertrouwde omgeving met voldoende sociale controle. (Nu: CO2 uitstoot verminderen door minder auto te rijden en te vliegen, kamperen bij de boer, elektrische fiets voor woon-werk verkeer, fietskoeriers.)

Maar: de generatie van mijn oma en vele generaties daarvoor verspilden niets. Ook nu kunnen we beter niet verspillen: bijvoorbeeld vanwege de vervuiling van onze planeet en de oneerlijke verdeling van het voedsel waardoor veel mensen in armoede leven en honger lijden. (Nu: stop de verspilling-beweging.)

Eigenlijk niets nieuws onder de zon dus. Met een paar kleine aanpassingen ‘terug in de tijd’ kun je een groot verschil maken wat betreft de vervuiling en uitputting van de aarde. Fijn dat er steeds meer mensen mee bezig zijn. 😄

Vroeger (deel 1)

Bijna 85 jaar geleden is mijn vader geboren. Zijn Noordhollandse jeugd speelde zich af in de crisistijd en de tweede wereldoorlog. Pas een paar jaar daarvoor was uitgevonden hoe je plastic kon maken uit aardolie. Antibiotica en massale inentingen waren er niet. Slechts een paar auto’s reden rond in het dorp.

Tot de oorlog begon was het gezin van mijn vader welvarend, zij hadden één van die weinige auto’s. Mijn opa en zijn broer hadden een stratenmakersbedrijf en vielen met hun neus in de boter in die tijd. Met de opkomst van de auto was er veel werk.

Mijn opa was echter een man met principes: hij weigerde opdrachten voor de bezetters te doen. Daardoor werd de financiële situatie van het gezin naarmate de oorlog vorderde zeer slecht. Het grote huis werd ingeruild voor een kleintje. Al het gereedschap, de auto en de fotocamera werden verkocht. Het gezin heeft honger en kou geleden. In 1947 had mijn vader nog hongeroedeem.

Mijn vader had geen eigen kamer, fiets, een kast vol kleren en amper speelgoed. Televisie of andersoortige schermen bestonden nog niet.

Toch heeft mijn vader (vindt hij zelf) een geweldige jeugd gehad. Regelmatig was er geen school, in het schoolgebouw zaten Duitsers en het plaatselijke café was niet altijd beschikbaar. Dus met een groep jongens op avontuur: slootje springen, schaatsen in de ondergelopen polder, achter prikkeldraad blijven hangen en appels stelen bij de boer. Spelen met elkaar en met niks. Later ook naar het bos van Heiloo om brandhout te zoeken en te schooien om eten bij de Duitsers. En verder geen traumatische oorlogservaringen in tegenstelling tot bijvoorbeeld de kinderen hier in de Langstraat die angstige momenten beleefden in de schuilkelders vanwege de V1’s.

In de herinneringen van mijn vader aan zijn jeugd speelt de oorlog slechts een marginale rol. De vrijheid, het buiten spelen met de jongens en de avonturen die ze beleefden staat voorop.

Door te spelen oefen je, in een veilige omgeving, alle vaardigheden die je later nodig hebt. Je leert samenwerken, problemen oplossen, beslissingen nemen, risico’s inschatten, een mening vormen en rekening houden met anderen. Met volwassenen passief beschikbaar op de achtergrond.

Spelen is van alle tijden, maar de laatste decennia hebben kinderen deze belangrijke oefenomgeving vaak niet. Wat betekent dit voor de sociale en lichamelijke gezondheid van onze kinderen en later volwassenen?

Duurzaamheid een keuze?

Wij worden aangespoord afval te scheiden, minder te vliegen, het openbaar vervoer te gebruiken, geen vervuilende auto’s te rijden, minder vlees te eten, minder energie te gebruiken, geen plastic tasjes te gebruiken en ons huis energie neutraal te maken. Prima natuurlijk, maar ik denk dat deze maatregelen slechts druppels op een gloeiende plaat zijn. Wat heeft het voor zin om plastic tasjes en rietjes te verbieden en het overige wegwerp plastic niet?

Het gros van de mensen is helemaal niet bezig met klimaatverandering, CO2 of stikstofuitstoot en duurzaamheid. Ze ervaren de maatregelen van de overheid als beperkend, omslachtig en duur. En dat zal zo blijven zolang er een keuze is.

De maatregelen van de overheid zijn bovendien vooral bedoeld voor burgers. Bedrijven mogen het economische belang nog voor laten gaan. Dat is jammer, want nu is duurzaamheid een keuze, terwijl het een plicht (aan onze aarde) zou moeten zijn.

Bedrijven moeten gemotiveerd worden om duurzame oplossingen te zoeken. Bijvoorbeeld voor het vervangen van wegwerp plastic in supermarkten, fastfoodketens, speelgoedwinkels etc. door afbreekbare of herbruikbare varianten. Ook zolang duurzaam (fiets, zeilboot, elektrisch aangedreven voertuigen) vervoer duurder en omslachtiger blijft dan traditioneel vervoer zal dat niet veranderen. Duurzaamheid wordt nu door bedrijven vaak ingezet als marketinginstrument, natuurlijk om meer te verkopen en een hogere prijs te rechtvaardigen.

Ik denk dat de overheid naast het bewust maken van burgers ook boven in de keten, bij de producenten en bedrijven duurzaamheidseisen moet stellen. Bijvoorbeeld dat bedrijven en overheid ervoor zorgen dat producten verpakt worden in afbreekbaar verpakkingsmateriaal, nieuwe auto’s niet op fossiele brandstof rijden, spullen lang meekunnen en bijvoorbeeld batterijen vervangen kunnen worden, producten met veel reiskilometers meer belast worden dan lokale producten, vervoer van producten per fiets, elektrische auto, zeilboot of trein gestimuleerd wordt en dat geld uitgetrokken wordt om het bedrijfsleven onderzoek te laten doen naar nog meer duurzamere mogelijkheden.

Dit gebeurt al wel, bijvoorbeeld bij één van de tien meest CO2 uitstotende bedrijven van Nederland. Deze tien bedrijven zijn samen verantwoordelijk voor vijftig procent van de totale CO2 uitstoot. Uiteindelijk zal van bovenstaand bedrijf de uitstoot nul zijn en worden andere bedrijven overbodig. De alternatieven zijn dus soms al aanwezig. Jammer dat jaren duurt voor ze werkelijkheid worden. Het is te vrijblijvend.

Het is vreemd dat duurzame opstarters (cacao vervoeren per zeilboot, supermarkt met glazen potten, bezorging per bakfiets) moeten crowdfunden om hun plannen te verwezenlijken. Het zou fijn zijn als duurzame initiatieven meer (financieel) gesteund zouden worden.

Dan zou er een omslag komen: van een steeds meer-meer-meer economie naar een circulaire, van wegwerp naar kwaliteit met reparatie mogelijkheden, van plastic naar afbreekbaar, van olie naar water en zon, van bezit naar delen, van kunstmatig naar natuurlijk, van ver weg naar dichtbij, van korte naar lange termijn, van individueel naar samen.

Doen jullie mee? Samen kunnen we zorgen voor een omslag.

(Zoals wij: bio groente en fruit van een lokale boer, melk in statiegeldflessen, meel van de molen, weinig, maar degelijke en herbruikbare spullen en kleding, reizen per fiets of openbaar vervoer, dichtbij op vakantie, zelf maken (brood, afwasmiddel, deodorant), tweedehands, handmatig (scheren, koffie zetten, was drogen, afwassen), kleine nul-op-de-meter woning, wassen (blok zeep), schoonmaken (bezem, groene zeep, azijn), zonne-energie en groene stroom, geen auto. En zo kan iedereen en elk bedrijf duurzamere keuzes maken.)