Schermen kijken

Wij hebben geen televisie, maar er zijn wel vier telefoons en een playstation in huis. Hoe gaan wij om met het kijken op schermen?

Schermen zijn overal: op school, onderweg en op je werk. Het is handig om schermen te gebruiken. Bankieren, mailen, informatie van de school en de overheid gaat allemaal digitaal. Dat scheelt tijd en papier.

De keerzijde is de enorme aantrekkingskracht. Voor je het weet, zit je gezin de hele dag op een scherm te staren. Niet sociaal en slecht voor je lijf. Het is belangrijk om zelf het goede voorbeeld te geven, bewust met je schermgebruik om te gaan. Laat je kinderen zien dat je internet kunt gebruiken om informatie op te zoeken, om antwoorden te vinden op je vragen, voor ontspanning (spelletjes, e-book lezen of filmpjes kijken) of voor sociale bezigheden (facebook, instagram). Maar het allerbelangrijkste is dat je laat zien dat de echte wereld veel interessanter is dan die op een scherm.

Hoe blijft de echte wereld interessant?

Voor kleine kinderen is je huis, tuin en directe omgeving leuk genoeg. Geef ze speelgoed met veel mogelijkheden (niet te veel speelgoed, dan wordt spelen moeilijker), ga naar buiten, fiets met ze, lees ze voor, maak een zandbak in de tuin en ze vermaken zich prima.

Kleuters hebben na schooltijd even tijd voor zichzelf nodig: laat ze doen wat ze zelf willen (lego, tekenen, met de hond knuffelen, buiten spelen). Hun wereldje wordt iets groter, afspreken met andere kinderen is ook leuk.

Grotere kinderen willen vaker afspreken. Bij ons is de regel dat als er kinderen komen spelen ze niet op een scherm mogen. Samen wat verder weg buiten spelen, trampolinespringen, lego, spelletjes doen, lezen, tekenen en sporten vinden ze fijn.

Voor pubers zijn sociale contacten en erbij horen belangrijk. Ze communiceren veelvuldig met elkaar via whatsapp en instagram. Stimuleer ze om om echte afspraken te maken met hun vrienden. Ze kunnen nu zelfstandig ergens naartoe en sporten graag.

In de winter mogen onze peuter en kleuter na het avondeten een filmpje kijken, in de zomer spelen ze buiten tot ze naar bed gaan.

Onze negenjarige en puber laten we in principe vrij, zolang ze niet de hele dag achter een scherm zitten. De negenjarige doet dit niet (die gaat wat anders doen), maar op onze puber hebben schermen een enorme aantrekkingskracht. Hij vindt het moeilijk andere rustige bezigheden te zoeken, te stoppen en verveelt zich soms. Maar het leukste vindt hij toch sporten en met vrienden iets doen (heb het even nagevraagd bij hem ☺). Gelukkig maar! Om half tien ’s avonds is het voor hem afgelopen. De afspraak is dat dan alle schermen uit gaan, de wifi zetten wij ’s nachts ook uit.

Onze kinderen zijn tot een jaar of acht dus zoveel mogelijk ‘schermloos’. Daarna mogen ze wel kijken, maar met mate. We leren de kinderen om te gaan met internet, geven zelf het goede voorbeeld en verwachten vanaf de puberleeftijd dat ze verstandig met schermen en internet kunnen omgaan (wel in de gaten houden waar ze mee bezig zijn en globale grenzen stellen). Maar het blijft lastig!

Cijfers

Onze oudste zoon krijgt cijfers voor zijn toetsen. Ik ben geen voorstander van het systeem van toetsen en afrekenen. Waarom niet?

Ieder kind is anders, beschikt over verschillende capaciteiten en ontwikkelt zich op zijn eigen manier. Toen ik zelf in groep drie zat vond ik het al oneerlijk: waarom had het snelle kind haar schrijfschrift vol met stickers, terwijl het kind dat meer moeite moest doen die niet kreeg? En het voor de hele klas uitdelen van de cijfers van een proefwerk op de middelbare school? Wat had ik daar een hekel aan.

Iedereen zou op zijn eigen niveau en op veel meer gebieden dan taal en rekenen (zoals samenwerken, sportiviteit, inzicht, handigheid, creativiteit en vindingrijkheid, empathie, communicatieve en sociale vaardigheden) successen moeten kunnen behalen. Zo ontdekken kinderen wat ze leuk vinden en wat ze goed kunnen en houden ze zelfvertrouwen. Ik schrijf ‘houden’, want ieder kind wordt geboren met zelfvertrouwen en ontdekkingsdrang. Vergelijk een kind met zichzelf en volg zijn eigen ontwikkeling in plaats van te meten met andere kinderen die toevallig even oud zijn.

En dan? Zelfbewuste, ontspannen en gemotiveerde volwassenen, die weten wat ze kunnen en leuk vinden? Die hun mogelijkheden gebruiken om inkomen te verwerven? Die mensen belangrijker vinden dan spullen? Gelukkige volwassenen die kinderen laten zien waar ze naartoe kunnen groeien?

Voor jongens en meisjes?

Ons meeste speelgoed is voor zowel jongens als meisjes. Ze spelen er totaal verschillend mee: blokken zijn boodschappen, verdwijnen in tasjes of er wordt een huis mee gebouwd (meisje), blokken gaan in de vuilniswagen of er wordt een racebaan mee gebouwd (jongen).

Naar neutraal speelgoed moet je trouwens goed zoeken, tegenwoordig zijn kinderspullen uitgesproken voor een jongen of meisje bedoeld.

Kijk maar eens naar: boeken, kleding, fietsjes, poppen, autootjes, Duplo. Commercieel gezien slim! Maar laat ik daar nu net niet aan mee willen doen.

Waarom? Ons meisje hoeft geen roze prinses te zijn en onze jongens niet stoer. Maar vooral wil ik minder spullen en minder geld uitgeven.

Dus: neutrale regenlaarzen, skates, skipakken en fietsen, zodat ze van broer op zus doorgegeven kunnen worden. Lego, Duplo, houten blokken, Grimms regenboog en boekjes waar iedereen mee kan spelen. En natuurlijk de trampoline: voor jongens en meisjes, jong en oud.

Zwemles

Bijna alle kleuters gaan naar zwemles. Wij doen dat bewust niet. Waarom?

Onze kinderen zijn in de kleutertijd nog niet watervrij. Daarom wachten we met zwemles totdat ze eraan toe zijn (watervrij, willen leren zwemmen).

Andere redenen zijn dat oudere kinderen na school meer energie over hebben, motorisch verder zijn en beter opdrachten kunnen uitvoeren dan kleuters. Ze halen dus gemiddeld eerder hun diploma. Dat is fijn voor je financien en jezelf. Je hoeft immers minder lang in het zwembad te wachten. 😊

Boeken

Wij lezen veel boeken, maar willen ze liever niet zelf aanschaffen. Dat past niet bij onze duurzame en minimalistische levensstijl. In de bibliotheek staan boeken die aansluiten bij de algemeen heersende waarden en normen. Je vindt er weinig over natuurlijk opvoeden, antroposofie, ervaringsgericht onderwijs, minimaliseren, ontspullen en duurzaam leven. Boeken van andersdenkenden zijn zeldzaam. Daarom koop ik wel eens boeken. Tweedehands en ik geef ze graag weer door. En natuurlijk lees ik graag een fijne roman. Daar staat de bieb vol mee.

In de bibliotheek zijn genoeg boeken waar onze peuter en kleuter blij van worden: Kleine Ezel, Kikker, Nijntje en Jip en Janneke. van (toevallig?) Nederlandse schrijvers, over alledaagse gebeurtenissen en gevoelens. Van deze boeken hebben wij er ook een aantal thuis: peuters en kleuters houden van herhaling. De belerende (tellen, kleuren en vormen, letters, eigen bed slapen, school is leuk) uit het Engels vertaalde boeken en boeken met veel tekst hebben niet hun voorkeur. Waarom mogen dieren in prentenboeken trouwens wel lekker knus bij hun ouders slapen? (Grote Beer, Kleine Beer).

Verder is onze kleuter dol op sprookjes, maar een gedetailleerd verhaal van vijf bladzijdes is veel te lang. Voor mij trouwens ook! Dit los ik op door de sprookjes te vertellen in een korte versie. Bovendien begint ze nu zelf te lezen. Een nieuwe wereld gaat open!

Geronimo Stilton en stripboeken zijn favoriet bij mijn negenjarige. Hij leest verder graag natuurboeken. Vaak eindigen deze boeken met het uitsterven van de dieren of milieuvervuiling. Dat vind ik dan weer jammer. Wat moet een kind met deze informatie? In de boeken van Freek Vonk wordt daar bijna niet over gesproken. Alleen vindt onze zoon dat Freek de wilde dieren niet moet vangen. Pas geleden vond hij nog een mooi boek: rontgenfoto’s van dieren met een goede uitleg en geen wijzende vingertjes (Binnenstebinnen, Jan Paul Schutten).

Hierbij wat tips:

Geef zelf het goede voorbeeld wat lezen betreft. Hier ‘slingeren’ altijd boeken rond.

Zoek in de bibliotheek naar boeken die aansluiten bij de interesse en het niveau van je kind.

Overweeg zelf wat favoriete prentenboeken aan te schaffen en leg ze in het zicht. Kleine kinderen houden van herhaling en zullen ze steeds pakken. Wil je niet iedere keer voorlezen? Er zijn hele mooie kijk- en zoekboeken. Zo kunnen ze zelf steeds iets nieuws ontdekken. Of misschien wil je ene kind het andere wel voorlezen?

Maak er een ritueeltje van om elke dag voor te lezen, bijvoorbeeld voor het slapengaan.

Verzin zelf eens een verhaaltje. De kinderen zullen je graag aanvullen.

Kinderspullen

Ik zie om me heen dat in huizen speelgoed ligt waar de kinderen te groot voor zijn of dat kapot is. De ouders zien dat zelf ook en zeggen: ‘o ja, dat moet ik eens uitzoeken.’ Vervolgens gebeurt dat niet. Waarom is die drempel zo hoog? En hoe stap je daar overheen?

Waarschijnlijk omdat het teveel is om ineens op te ruimen, omdat je denkt dat je kinderen verdrietig worden als je speelgoed wegdoet of het speelgoed is te groot om weg te gooien. Als kinderen teveel speelgoed hebben, raken ze het overzicht kwijt en gaan ze juist minder spelen. Je kind wordt verdrietig als je zijn of haar lievelingsspeelgoed afpakt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Juist datgene waar ze niet (meer) mee spelen kan opgeruimd worden.

Als je klaar bent om op te ruimen, ga dan in kleine stapjes te werk:

Met kapot speelgoed kun je niet meer spelen. Het staat in de weg. Al het kapotte speelgoed kan daarom direct weg. Groot speelgoed kun je bij de milieustraat brengen.

Zoek het speelgoed bij elkaar waar de kinderen te groot voor zijn en waar ze nooit mee spelen. Verkoop het of geef het weg (speelgoedbank, kringloopwinkel, neefjes of nichtjes).

Welk buitenspeelgoed gebruiken ze nu echt? Zijn de skates niet te klein? Welke fietsjes passen niet meer? Verzamel en verkoop het of geef het weg.

Ligt er op de zolder ongebruikt speelgoed? Schaatsen? Speelgoed van vroeger? Zoek het uit.

Worden alle boeken nog (voor)gelezen? Zoek ze uit en maak er iemand anders blij mee. Dit geldt ook voor spelletjes en puzzels.

Zoek al het dubbele speelgoed en laat je kind de mooiste houden. De rest kan weg. Bijvoorbeeld poppen, ballen, brandweerauto’s, pluche dieren. Dit kan ook voor al het speelgoed waar te veel van is: duplo, lego, blokken. Kapla, spelen ze daar uberhaupt wel eens mee?

Tenslotte de knutselspullen. Uitgedroogde klei, viltstiften die het niet meer doen, volgetekende blaadjes, vakantieboeken en kleurboeken: weg ermee. Waarom heb je drie scharen, vijf puntenslijpers en vijftig viltstiften?

Wij leren onze kinderen dat geluk, troost en liefde niet uit spullen komt, maar van mensen. Een knuffel krijg je van je familie en niet van een speelgoeddier.

Geen televisie

Wij hebben al jaren geen televisie meer. Waarom?

Minder prikkels, meer rust.

Spelende, actieve kinderen, die niet afgeleid worden door een scherm.

Geen geruzie welk programma op moet staan, niet ‘verplicht’ meekijken naar iets wat je niet interesseert.

Wordt er dan nooit op een scherm gekeken? Zeker wel. De twee jongste kinderen beperkt, af en toe kijken ze een paar youtube filmpjes. De twee oudste kinderen wat losser, die hebben een eigen smartphone. Man ‘leest de krant’ op zijn telefoon en kijkt soms via de app naar wielrennen. Ik volg bewust het nieuws niet, doe niet aan social media en gebruik mijn smartphone voor het merendeel voor de financien, e-mail en whatsapp. En om af en toe een blogje te schrijven natuurlijk.

Zo, en nu ga ik schermloos genieten!

‘Opvoeden’

Hoe voeden jullie je kinderen op? Bepaal jij welke kant ze op moeten of laat je ze zelf hun weg vinden en begeleid je hen daarbij?

Wij zijn altijd van het tweede uitgegaan. Grenzen zijn: bijvoorbeeld geen gevaar veroorzaken voor jezelf en voor een ander en geen geweld gebruiken, zowel lichamelijk als verbaal.

Ik vind intrinsieke motivatie erg belangrijk. Dus dat kinderen dingen uit zichzelf doen. Mijn ervaring is dat ze zelf aangeven wanneer ze iets nieuws willen proberen, bijvoorbeeld aan- en uitkleden of zelfstandig ergens naartoe gaan. Elk kind heeft zijn eigen tempo en vindt het fijn als het niet gedwongen wordt iets te doen waaraan het nog niet toe is. Voorleven is belangrijk, want dan wordt het kind nieuwsgierig en kan het gaan nadoen.

Verder leg ik uit waarom ik iets wil. Eigenlijk is dit altijd voldoende. Dus: ik wil dat je naast mij fietst, want het verkeer is gevaarlijk. Of benoem wat er gebeurt: jij slaat je zusje en daarom is ze nu verdrietig. Of geef een alternatief: je mag niet met het zwarte zand spelen, maar wel met dit zandbakzand.

Ook op school willen we dat onze kinderen leren door ervaringen en vanuit hun eigen motivatie. Een aantal mensen in het onderwijs hebben dit opgepakt en onze kinderen hebben het geluk dat in ons dorp een vernieuwende (reguliere) school met ervaringsgericht onderwijs is gestart vorig jaar.