Kinderspullen

Ik zie om me heen dat in huizen speelgoed ligt waar de kinderen te groot voor zijn of dat kapot is. De ouders zien dat zelf ook en zeggen: ‘o ja, dat moet ik eens uitzoeken.’ Vervolgens gebeurt dat niet. Waarom is die drempel zo hoog? En hoe stap je daar overheen?

Waarschijnlijk omdat het teveel is om ineens op te ruimen, omdat je denkt dat je kinderen verdrietig worden als je speelgoed wegdoet of het speelgoed is te groot om weg te gooien. Als kinderen teveel speelgoed hebben, raken ze het overzicht kwijt en gaan ze juist minder spelen. Je kind wordt verdrietig als je zijn of haar lievelingsspeelgoed afpakt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Juist datgene waar ze niet (meer) mee spelen kan opgeruimd worden.

Als je klaar bent om op te ruimen, ga dan in kleine stapjes te werk:

Met kapot speelgoed kun je niet meer spelen. Het staat in de weg. Al het kapotte speelgoed kan daarom direct weg. Groot speelgoed kun je bij de milieustraat brengen.

Zoek het speelgoed bij elkaar waar de kinderen te groot voor zijn en waar ze nooit mee spelen. Verkoop het of geef het weg (speelgoedbank, kringloopwinkel, neefjes of nichtjes).

Welk buitenspeelgoed gebruiken ze nu echt? Zijn de skates niet te klein? Welke fietsjes passen niet meer? Verzamel en verkoop het of geef het weg.

Ligt er op de zolder ongebruikt speelgoed? Schaatsen? Speelgoed van vroeger? Zoek het uit.

Worden alle boeken nog (voor)gelezen? Zoek ze uit en maak er iemand anders blij mee. Dit geldt ook voor spelletjes en puzzels.

Zoek al het dubbele speelgoed en laat je kind de mooiste houden. De rest kan weg. Bijvoorbeeld poppen, ballen, brandweerauto’s, pluche dieren. Dit kan ook voor al het speelgoed waar te veel van is: duplo, lego, blokken. Kapla, spelen ze daar uberhaupt wel eens mee?

Tenslotte de knutselspullen. Uitgedroogde klei, viltstiften die het niet meer doen, volgetekende blaadjes, vakantieboeken en kleurboeken: weg ermee. Waarom heb je drie scharen, vijf puntenslijpers en vijftig viltstiften?

Wij leren onze kinderen dat geluk, troost en liefde niet uit spullen komt, maar van mensen. Een knuffel krijg je van je familie en niet van een speelgoeddier.

Natuurlijk slapen

Je brengt veel tijd door in je slaapkamer. Ik vind dat de slaapkamer een rustige en gezonde plek moet zijn. Hoe doen wij dat?

Er is altijd frisse lucht in onze slaapkamer (dag en nacht het raam open). Verder hebben we de kledingkasten uit de slaapkamers gehaald en van het kleinste kamertje een ‘inloopkast’ gemaakt. Dit geeft meer rust en ruimte en minder stof. We hebben geen nachtkastjes (verzamelplekken van troep) en geen gordijnen (verduisteren niet goed en zijn stoffig). Er zijn rolluiken: lekker donker. Onze slaapkamers zijn alleen om in te slapen, er staat geen speelgoed in. De bedden zijn van natuurlijke materialen, de dekbedden van katoen. We slapen op futonmatrassen, deze zijn van katoen gemaakt. Tenslotte hebben we de muren geverfd met een natuurlijk latex.

We hebben zelfs een tijdje geen bedden gehad. De bedoeling was dat we ’s ochtends de matrassen zouden opruimen. Dit gebeurde in de praktijk niet. Het beddengoed werd vies en stoffig en het was niet handig met schoonmaken. Daarom zijn de bedden terug.

Zelf maken: deodorant

Ik kocht altijd potjes deodorant zonder aluminium en andere troep. Die potjes zijn erg duur, dus waarom niet zelf proberen te maken? Onderstaand recept werkt prima.

Nodig: (steel)pannetje, leeg potje, 2 eetlepels baking soda, 2 eetlepels kokosolie en 2 eetlepels maiszetmeel.

Smelt de kokosolie in het steelpannetje, doe de baking soda en het maiszetmeel erbij. Even doorroeren en het mengsel in het potje gieten. Sluit het potje en zet het een uurtje in de koelkast. Klaar!

Met een lepeltje of je vinger haal je een beetje creme uit het potje. Smeer het onder je oksel en je bent de hele dag fris.

Ga toch fietsen

Deze week stond er op de elektrische fiets 160 kilometer op de teller. Wat zijn onze ervaringen met fietsen: woon-werk, met kinderen en zonder auto?

Man heeft een sportieve fiets om mee naar het werk te fietsen. En een ‘huis-tuin-en-keukenfiets’ waar een kind achterop kan.

In het dorp fiets ik op een stevige fiets met kinderzitje achterop. De oudste drie kinderen fietsen zelf (mee) in het dorp (naar school, kapper, bibliotheek, vriendjes enzovoort).

Voor het echte werk (langere afstanden) gebruik ik een elektrische fiets met fietskar. Afstanden tot 30 kilometer zijn voor mij geen enkel probleem. De boodschappen passen achterin en de kinderen zitten zingend in de kar. De fietsbel heb ik niet nodig!

Hierbij wat tips voor het fietsen met kinderen:

Bedenk waar je de fiets voor gaat gebruiken. Fietszitjes kunnen op de fiets die je al had. Goedkoop, maar niet geschikt voor lange afstanden of om boodschappen op mee te nemen. Een bakfiets is handig: kinderen en boodschappen kunnen makkelijk mee. Vooral een bakfiets met drie wielen is heel stabiel. Niet geschikt voor langere afstanden, behalve als je een (dure) elektrische bakfiets aanschaft. Wij vinden de fietskar in combinatie met de elektrische fiets erg fijn. Stabiel, veilig, comfortabel voor de kinderen, geschikt voor langere afstanden en de boodschappen. Let op: babies jonger dan vier maanden kun je niet met de fiets vervoeren. Hierna kunnen ze mee in een baby- en later een peuterschaal. Let op de signalen van je (jonge) kind: vindt je kindje het nog fijn en heeft het het niet te koud of te warm? Pas je fietstochten aan aan je kind.

Dit geldt zeker als je kind zelf meefietst. Pas het tempo en de afstand aan aan wat je kind kan (lichamelijk, qua concentratie en let op de weersomstandigheden: bijvoorbeeld bij veel wind) . Zorg voor een passende, technisch goede fiets en zet het zadel op de juiste hoogte. Zo blijven je kinderen plezier houden in fietsen.

Overblijven: zonder brood en afval

De hittegolf is voorbij en de zomervakantie ook bijna. Tijd om weer in het ritme te komen.

Onze drie schoolgaande kinderen blijven over. Ze hebben allemaal een rvs beker, rvs lunchtrommel en een fruitbakje. Zo lunchen ze afvalvrij.

De kinderen zijn geen broodeters, iets waar op sommige scholen nogal vreemd mee omgegaan wordt. Zo werd onze oudste zoon in groep 3 (toen ik hem nog ‘zoals het hoorde’ brood meegaf) gedwongen zijn brood op te eten. Iets wat hij trouwens creatief oploste door het in een kast te verstoppen. Ook ik kreeg regelmatig van juffen te horen dat brood toch echt bij de lunch hoort. Nu zitten onze kinderen intussen op een andere school, waar geen brood tussen de middag eerder gemeengoed is.

Ok, maar wat geef ik ze dan mee? Verschillende soorten fruit: appel en banaan vullen goed. Rijstkoeken met bijvoorbeeld stukjes komkommer vallen ook in de smaak. Verder wortels, een gekookt ei, een stuk bananenbrood of een pannenkoek die over is van de vorige dag (feest!).

Zelf maken: afwasmiddel en vaatwaspoeder

Afwasmiddel en vaatwaspoeder kun je eenvoudig zelf maken. Dat kost een stuk minder, werkt net zo goed, is milieuvriendelijker en je hebt minder afval.

Afwasmiddel

Nodig: fles (1 liter inhoud), 5 eetlepels soda, 1 eetlepel baking soda, warm water.

Doe alles in de fles, even schudden zodat de soda oplost in het water. Klaar! Een scheutje per afwasbeurt is genoeg.

Vaatwaspoeder

Nodig: pot, 1 eetlepel baking soda, 1 eetlepel zout, 3 eetlepels kristalsoda en 3 eetlepels citroenzuur.

Een eetlepel per wasbeurt.

Bespaartips: energie keuken

In de keuken wordt veel energie verbruikt, denk aan water voor de afwas, elektriciteit voor de koelkast en oven en gasverbruik. Je kunt hier makkelijk op besparen.

Wij zetten de koelkast op stand 1, koel genoeg. Onze koelkast is klein, veel kun je buiten de koelkast prima bewaren. We hebben een diepvriesje op zolder. Deze staat vaak uit.

In plaats van de oven (nu gedwongen, omdat de oven kapot is 😕) gebruik ik een wonderpan op gas.

In plaats van een waterkoker gebruiken wij een fluitketel.

In plaats van een koffiezetapparaat maken wij filterkoffie (opschenken). Melk opschuimen kun je eenvoudig doen door een beetje melk te verwarmen in een steelpannetje en deze met een garde op te kloppen.

Wij wassen met de hand af.

Ik kook met de deksel op de pan, dit bespaart gas. Wij gebruiken ook een hooimadam. Makkelijk om bijvoorbeeld rijst in te garen. Je hoeft dan alleen gas te gebruiken om de rijst aan de kook te brengen.

Aan electrische apparaten hebben wij verder een staafmixer en broodbakmachine. Brood bakken kan ook in de wonderpan, dat zal ik binnenkort eens proberen.

Efficient huishouden

Met een paar handige tips kun je in korte tijd je huishouden doen.

1. Zorg ervoor dat je huis altijd opgeruimd is (alle spullen een vaste plek), dan hoef je dat niet meer te doen voor je kan gaan schoonmaken. Ook fijn als je ineens bezoek krijgt.

2. Heb niet teveel spullen, die moet je allemaal opzij zetten, oppakken of opruimen als je gaat schoonmaken.

3. Was gelijk zodra je genoeg was hebt voor een volle wasmachine. Laat het geen grote berg worden. Ik strijk elke avond de was en ruim deze dan meteen op. Ook stop ik dan een nieuwe was in de wasmachine. Deze hang ik ’s ochtends op het droogrek, zodat de was ’s avonds weer droog is.

4. Slaapkamers zijn bij ons alleen om in te slapen. Dit is rustig en makkelijk schoon te maken. Geen kledingkasten, speelgoed, was en bakken onder de bedden in onze slaapkamers.

5. Het kleinste slaapkamertje is bij ons een inloopkast. Makkelijk om de was op te ruimen en je kunt er rustig je kleren uitzoeken.

6. De zolder is bij ons geen opbergplek voor ongebruikte spullen. Er staan een wasmachine, droogrekken, strijkplank en manden om de was in te sorteren. Was laat ik niet rondslingeren, maar die breng ik naar de zolder. Daar sorteer ik gelijk de was op kleur.

7. Gooi tijdens het koken het afval meteen in de juiste afvalbakken. Laat geen afwas op het aanrecht staan en zorg dat je in de keuken ook niet teveel spullen hebt. Dan kun je snel schoonmaken.

’s Avonds na de afwas maak ik een emmer met sop (gele of groene zeep) en maak ik de keuken, woonkamer en toilet schoon. Tenslottte dweil ik de benedenverdieping. Klaar in nog geen half uur!

Babyuitzet

Wij kochten 14 jaar geleden, toen ik zwanger was van de oudste, een babykamer. Het babybed is nooit gebruikt. Wat voor spullen heb je nu echt nodig voor je kindje?

Een commode met aankleedkussen is handig. Daar kunnen de babykleertjes in en je kunt je kindje er fijn verzorgen.

Wij namen de baby in ons bed. Zorg ervoor dat de baby er niet uit kan vallen en leg hem niet onder je dekbed, maar in een slaapzakje. Je kunt ook kiezen voor een aanhangbedje of een ledikant waar je een zijkant vanaf haalt. Dan ligt je baby veilig naast je.

Babykleertjes: ongeveer 6 rompertjes, 6 setjes bovenkleding, 2 mutsjes, 1 jasje en 1 omslagdoek. Allemaal maat 56, mijn ervaring is dat maat 50 vaak al te klein is. Ik had genderneutrale kleertjes, die kun je dan weer gebruiken voor een eventueel volgend kindje. Aan het kraambezoek zou je jongens- of meisjeskleding kunnen vragen in grotere maten. Je kunt de kleertjes allemaal nieuw kopen of tweedehands. Wij kochten voor elk kind een nieuw pakje dat hij of zij na de geboorte aan mocht. De rest was tweedehands of al door broertje of zusje gedragen.

Overige: 6 hydrofielluiers en 6 spuugdoekjes. En een groot speelkleed.

Luiers: ik gebruikte wasbare luiers. Geen duur pakket, maar eenvoudige strikluiers, inleggers (allebei ongeveer 20 stuks) en 3 wollen overbroekjes.

Voor onderweg heb ik een draagdoek. Er zijn verschillende soorten, ik heb een mei-tai. Hier kun je je kindje vanaf de geboorte tot en met de peutertijd mee dragen. Als je in het bezit bent van een auto heb je een autostoeltje nodig. Wij kunnen niet zonder onze fietskar, vanaf drie maanden kan je kindje hierin mee (met babyschaal).

Het allerliefste wat een baby wil, is bij je zijn. En daarvoor is deze babyuitzet heel geschikt.

Tweedehands

Waarom zou je alles nieuw kopen? Het is niet goed voor je financien en ook niet duurzaam. Maar er is nog een belangrijke reden om geen dure, nieuwe spullen te willen bezitten: je kinderen!

Bij gebruikte spullen is het niet zo erg als er (nog) een vlek bijkomt of dat er mee gevallen wordt. Veel minder stress vind ik.

Intussen kopen wij nog zelden iets nieuws. We hebben in de woonkamer twee oude kerkbanken aan de eettafel. Nou, die kunnen tegen een stootje! Ook de lampen en banken zijn van anderen overgenomen. Duur houten speelgoed vind ik meestal tweedehands, evenals fietsen en (wollen) kleding. Zelfs onze hond is ‘tweedehands’.

Soms gaat het anders: wij hadden vorige zomer voor een klein prijsje een enorme trampoline gekocht. Die hebben de kinderen helemaal versleten. Omdat de trampoline zo’n succes was, hebben we geinvesteerd in een goede nieuwe.

Maar het allerleukste vind ik dat wij spullen hebben die niemand anders heeft. Een mix van nieuw, gebruikt en zelf gemaakt. En dat geeft ons een goed gevoel.