Onvoorwaardelijk ouderschap binnen onze maatschappij

Wij voeden onze kinderen op met natuurlijk en onvoorwaardelijk ouderschap.

De eerste drie jaar na de geboorte van onze kinderen gebruikten we, in eerste instantie onbewust, de principes van natuurlijk ouderschap: contact na de geboorte, reageren op signalen van de baby, borstvoeding, dragen, samen slapen, empathie en vermijden van langdurige scheiding. Zo raakt je kind veilig gehecht.

Nu de kinderen groter worden, gebruiken we als leidraad onvoorwaardelijk ouderschap. Dit houdt in dat je geen voorwaarden (straffen, belonen) aan de liefde voor je kind stelt, je samenwerkt met je kind en uitgaat van de intrinsieke motivatie. Termen die erbij horen zijn: reflectie (vooral van je eigen gedrag), nadenken over verzoeken, lange termijn, relatie met je kind staat voorop, respectvol, authentiek, minder praten en meer vragen, flexibel zijn. Het vraagt een grote betrokkenheid van ons, als ouders. Dit vormt thuis de basis voor hoe wij met elkaar omgaan.

Bijvoorbeeld op school wordt gewerkt met andere uitgangspunten. Straffen, belonen, dwingen, proberen te motiveren, praten tegen in plaats van met het kind komen vaak voor. Onze kinderen zijn zo’n benadering niet gewend en dat botst. Thuis is het ene eiland en school is het andere.

Op het thuiseiland: ontspannen, sensitieve, ondernemende, nieuwsgierige kinderen.

Op het schooleiland: gespannen, zich verzettende kinderen.

Al twaalf jaar ben ik in gesprek met de scholen van onze kinderen, maar het lukt ons niet om een brug tussen de eilanden te maken. Intussen verdrinken de kinderen.

Er zijn scholen die een andere benadering hebben. Zij gaan uit van de intrinsieke motivatie van kinderen, het voorleven en zien kinderen als volwaardige gesprekspartners. Je moet dit als ouders wel aandurven en er hangt een prijskaartje aan deze particuliere scholen.

Thuisonderwijs is ook een mogelijkheid, maar eigenlijk toch niet. Als een kind namelijk eenmaal ingeschreven heeft gestaan op een school, is het in Nederland nagenoeg onmogelijk om nog over te gaan op thuisonderwijs.

In veel banen worden werknemers niet vertrouwd. Zoemers, prikklokken, autoritaire bazen, geestdodend werk, weinig flexibiliteit en inbreng komen vaak voor. Funest voor de intrinsieke motivatie.

Intussen doet eenennegentig procent van de werknemers zijn of haar werk niet met plezier.

Hoe zorg je dat je kinderen niet in zo’n situatie terecht komen? Ik denk dat onvoorwaardelijk ouderschap een goede basis is. Dat ze, eenmaal volwassen, met zelfkennis, zelfvertrouwen, authenticiteit, creativiteit en intrinsiek gemotiveerd, hun eigen pad volgen en van daaruit hun werk creëren.

Omdenken dus: van straffen en belonen naar vertrouwen, van geld verdienen en spullen kopen naar gelukkig zijn, van extrinsieke naar intrinsieke motivatie, van zesjes cultuur naar ervoor gaan, van dictatuur naar democratie, van eenheidsworst naar creativiteit, van van alles een beetje naar uitblinken in waar je goed in bent.

Daar zou de maatschappij op ingericht moeten worden. Wie durft?

Autoloos

Wereldwijd sterven jaarlijks 8,8 miljoen mensen door luchtvervuiling. Er zijn 2,7 miljoen vroeggeboortes door luchtvervuiling. Luchtvervuiling verzwakt het immuunsysteem, veroorzaakt hart- en longproblemen en diabetes. Griepvirussen zorgen voor meer slachtoffers in gebieden met veel luchtvervuiling, dit geldt waarschijnlijk ook voor het coronavirus.

Vrijwel iedereen in Nederland ademt verontreinigde lucht in. Luchtverontreiniging wordt mede veroorzaakt door het verkeer.

Mede daarom hebben wij sinds drie jaar geen auto meer.

Behalve dat we dus minder vervuilen, zijn er meer voordelen:

We bewegen.

We hebben weinig vervoerskosten.

We hoeven geen taxi te zijn voor onze twee oudste kinderen, omdat zij zelf fietsen of met het openbaar vervoer gaan.

We hoeven ons geen zorgen te maken over een kras of deuk en kunnen geen aanrijding veroorzaken.

Onze kinderen nemen zelf deel aan het verkeer en leren de regels en gevaren.

We onthaasten.

We gebruiken onze creativiteit, overal is een oplossing voor.

Voor de meeste mensen zijn de luchtvervuiling, de gezondheidsimpact, maar ook de kosten geen reden om de auto te laten staan. Er worden veel korte ritjes mee gereden en zelfs bij financiële nood wordt de auto niet van de hand gedaan.

Maar is een auto een noodzakelijk bezit of zijn er alternatieven?

Een (elektrische) fiets voor korte ritjes. Er komen steeds meer snelfietspaden. Ook zijn steden autoluw of -vrij. Zorg voor een goed regenpak, fietstassen en vervoer je kinderen veilig.

Voor lange ritten: het openbaar vervoer of een deel- of huurauto. Het openbaar vervoer is best relaxed: je hoeft niet op het verkeer te letten en er is wifi. Wel is het redelijk duur. Deelauto’s staan alleen in steden, lastig als je in een dorp woont. Een auto die niet vervuilend is, zou ook een alternatief kunnen zijn. Of een auto, die je deelt met je buren of familie.

Als je de mogelijkheid hebt, kun je woon-werkverkeer verminderen door thuis te werken.

‘Durf’ jij ook?

Challenges (extra uitdagend als je een gezin met kinderen hebt 😉):

1. Loop of fiets alle ritjes korter dan zeven kilometer enkele reis.

2. Ga ergens naartoe met het openbaar vervoer.

3. Raak je auto een maand niet aan.

4. Probeer thuiswerken.

5. Verkoop één van de twee auto’s in je huishouden.

6. Spaar het geld dat je anders aan autokosten zou uitgeven.

7. Ga op vakantie zonder auto, maar op een andere duurzame manier.

Minimalisme

Minimalisme is de poging om dingen tot hun eenvoudigste vorm, karakter of functie te herleiden. Je hebt minimalistische kunst en gebouwen en een minimalistische levensstijl.

Op zich goed dat veel westerse mensen met minimalisme bezig zijn. Minder spullen, minder zooi, minder kopen, minder vervuiling, eenvoudiger leven en meer rust.

Voor ons gaat minimalisme hand in hand met duurzaam en natuurlijk leven. Dat omvat meer dan alleen minimalisme. Geen auto, zoveel mogelijk plastic free en zero waste en weinig, maar kwalitatief goede spullen die allemaal gebruikt worden. Wij wonen sinds vorig jaar in een nieuwbouw huurwoning, nul op de meter en super geïsoleerd. De woning heeft een oppervlakte van 85 m2, drie slaapkamers en geen zolder. We wonen er met ons gezin van zes. Dat past prima zolang je er niet teveel spullen in zet. Daarom het minimalisme.

Kijk uit dat je dingen gaat kopen voor je minimalistische levensstijl. Want voor die capsule wardrobe moet je wel bepaalde kleding hebben. Toch?

Minimalisme is een middel en geen doel. Dan wordt het eng, een obsessie. Een minimalistische levensstijl mag niet ten koste gaan van je geluk, je gezin, andere bezigheden en het mag je vooral niet beletten je gevoel te volgen en liefdevol te zijn.

Geluk zit niet in spullen, maar ook niet in ontspullen. Geluk zit in ontspanning, genieten, nietsdoen, je groeiende kinderen, gezondheid, een goede nachtrust, lekker eten, liefhebben, buiten zijn, vrij zijn, emoties tonen, jezelf zijn en honderden andere kleine dingen.

Vraag je af: waarom wil ik minimalistisch leven? En de rest van je gezin? Wat geef je je kinderen mee? Is minimalisme de oplossing of …?

Maar goed, minimalisme dus:

Geen dubbele (schroevendraaiers, openers).

Één voorwerp gebruiken voor meerdere doeleinden: wasmand is badje, één bakje voor soep, toetje, fruit.

Geef door, verkoop, recycle of doe weg wat je niet gebruikt, kapot of te klein is, gelezen is of waar de kinderen te groot voor zijn.

Maak zelf met een paar ingrediënten: deodorant, (af)wasmiddel, schoonmaakmiddel, tandpasta.

Genoeg: voor ieder gezinslid bord, beker, bakje en bestek. Bij feestjes of etentjes leen je van de buren. Iedereen één jas, één fiets, één skateboard en twee setjes beddengoed.

Een paar: mooie voorwerpen of een bijzonder schilderij.

Leen of deel: extra servies, gereedschap, boeken, auto.

Heb weinig opbergruimte en voorraad en koop er niets bij.

Bewaar niet, koop niet en vervang niet zomaar.

Sprookje

Er waren eens een man en een vrouw. De vrouw was zwanger van haar eerste kindje. Ze hadden besloten om na de geboorte van de baby allebei vier dagen te gaan werken. Maandag: mamadag, dinsdag: naar de ouders van de man, woensdag: kinderdagverblijf, donderdag: naar de ouders van de vrouw, vrijdag: papadag. En misschien konden ze op de mama- en papadag nog wat thuiswerken.

Maar tijdens de zwangerschap veranderde de vrouw, ze werd zachter en emotioneler, en na de geboorte werd ze moeder.

De moeder voelde perfect aan wat haar baby nodig had: moedermelk en haar nabijheid. Er volgde een rustige tijd, de baby was ontspannen en huilde zelden.

Na tien weken ging de moeder weer werken. De vader bleef zes weken thuis. Hij vond het lastig om de baby te begrijpen en kon niet tegen het geluid van een huilende baby. Meerdere malen per dag belde hij de moeder op haar werk. Zij wist wat de baby nodig had, maar kon het niet geven. Dit was stressvol. Bovendien kon ze zich niet op haar werk concentreren en lekten haar borsten.

Zes weken later ging het schema in dat ze tijdens de zwangerschap bedacht hadden. De baby leek het goed te doen bij de grootouders en op het kinderdagverblijf. Thuis echter maakte hij een uitgeputte indruk. Zowel overdag als ’s nachts waren de ouders met de overprikkelde baby bezig. Hierdoor raakten zij ook uitgeput en gestresst. Van thuiswerken kwam niks. De ouders zaten met de handen in het haar. Ze moesten immers werken om hun huis, spullen en later de opleiding, autorijles, sportclub, merkkleding en muziekles van het kind te kunnen betalen.

Een jaar later kreeg de moeder een visioen. Ze weet het aan haar burn out, maar later zei haar man dat hij hetzelfde had gedroomd. Ze droomden dat de wereld totaal anders was. Mensen woonden in kleine groepen bij elkaar, met allerlei leeftijden. Iedereen hielp elkaar en deed waar hij of zij goed in was. Baby’s en kleine kinderen werden gedragen en in hun behoefte voorzien door hun (groot)ouders, zus, broer of nichtje. De oudere kinderen speelden de hele dag, leerden van de andere kinderen of keken wat de volwassenen deden. Er waren degelijke, noodzakelijke spullen en ze waren van iedereen. Er was geen prestatiedruk, competitiedrang of stress en toch gebeurde alles wat er moest gebeuren met respect voor elkaar en de natuur. Niemand hoefde via social media hun leven te delen, want ze leefden al met elkaar. Het was een samenleving die op harmonieuze, liefdevolle wijze met elkaar omging, gebruik makend van oude en nieuwe kennis. Met de omgangsvormen en samenlevingsvorm uit de ‘primitieve’ wereld (sociocratie, innerlijke motivatie, één met de natuur) en de technologieën van nu (internet, zonnepanelen, kennis).

De man en vrouw zagen in dat materialisme hen geen goeds bracht en besloten hun droom waar te maken. Ze richtten een online community op en vonden gelijkgestemden. Ze verdiepten zich in duurzaamheid, wonen, natuurlijk leven, zelfvoorzienend zijn, sociocratie en natuurlijk ouderschap. Er was weerstand en ze kregen tegenslagen, maar uiteindelijk waren zij de pioniers van een nieuwe samenleving.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

Motivatie

Motivatie is de bereidheid tot het verrichten van bepaald gedrag en wordt onderverdeeld in extrinsieke en intrinsieke motivatie.

Extrinsiek: bepaald gedrag laten zien, omdat je ervoor beloond wordt, een compliment krijgt, afhankelijkheid van anderen.

Intrinsiek: bepaald gedrag vertonen, omdat je dat zelf wil, onafhankelijk van anderen, zelfdiscipline, verantwoordelijk voor en de controle bij jezelf.

Kinderen op school ervaren hetzelfde als volwassenen die werken voor een baas: ze moeten taken doen of doelen bereiken die opgelegd worden. Intrinsieke motivatie verdwijnt snel als je steeds hetzelfde moet doen, geen inspraak hebt in je werk- of leerproces, niet mee mag besluiten en bestraft wordt voor het niet halen van doelen. Je krijgt tegenzin, angst en stress.

Steeds meer wordt duidelijk dat als je zelf inspraak hebt in je werk- of leerproces dit je motivatie ten goede komt. Het werk of de taak kost het minder moeite, energie en je werkt efficiënter. Ook afwisseling, mee beslissen en een afgerond geheel maken in plaats van steeds hetzelfde kleine stukje, geven voldoening, zelfs voor taken die niet leuk zijn.

Ik vind dat alleen intrinsieke motivatie echte motivatie is. Je kunt mensen niet extrinsiek motiveren, maar wel inspireren, een zetje in de goede richting geven, de weg wijzen, vaardigheden leren, voordoen. Samen, gelijkwaardig, onvoorwaardelijk en liefdevol.

Luchtkwaliteit

Een paar feiten over vervuiling en klimaat:

Eenenvijftig procent van de wereldbevolking ademt vervuilde lucht in.

Wereldwijd sterven jaarlijks bijna negen miljoen mensen door luchtvervuiling.

Vanwege het coronavirus moesten fabrieken in China dicht. Vanuit de ruimte was te zien dat de luchtkwaliteit boven China ontzettend verbeterde.

Tijdens de lockdown van Parijs was de luchtvervuiling vijfenzeventig procent minder dan daarvoor.

In Siberië is een hittegolf, terwijl de temperatuur in de zomer daar normaal nauwelijks boven nul komt. De permafrost ontdooit.

De temperatuur stijgt op de hele aarde, in een heel kort tijdsbestek. Dit is nog nooit voorgekomen.

Veroorzakers: vooral wegverkeer en industrie.

Dit is het moment om met kritische ogen te kijken naar onze wereld. De vervuiling gaat ten koste van onze gezondheid, dieren sterven uit, het klimaat warmt op, de zeespiegel stijgt, oerbossen worden gekapt, er komen natuurrampen. De aarde wordt onleefbaar!

Zijn we onszelf aan het laten uitsterven door onze leefstijl?

Economische belangen gaan nog steeds voor het klimaat, milieu en natuur. Maar wat is geld, macht, luxe waard als je ziek wordt van de smog of als je land overstroomt door de stijgende zeespiegel?

Wat kun je zelf doen: minder of geen auto rijden, minder spullen kopen, minder pakjes (bulk kopen), duurzame, kwalitatief goede spullen hebben, thuiswerken, plastic free, zero waste. Het is er allemaal.

Het probleem is dat je je er eerst bewust van moet zijn en er moeite voor moet willen doen. Dat is wat er mis is: er zouden geen andere keuzes moeten zijn dan duurzame.

Verander: van materialist naar minimalist, van kunstmatig naar natuur, van individualist naar liefdevol met elkaar, van uniform naar divers, van stress naar ontspanning, van succesvol naar gelukkig, van te veel voor sommigen naar genoeg voor iedereen.

Plastic free?

Iedereen heeft wel eens beelden gezien van de plastic soep, vervuilde stranden en rivieroevers. Het is niet te ontkennen dat plastic een enorm probleem geworden is. Plastic is één van de meest gebruikte stoffen ter wereld, maar kan niet afgebroken worden in de natuur. Het verbrokkelt slechts tot microdeeltjes.

De afgelopen zeventig jaar is onze aarde overspoeld door plastic. Sinds dit decennium komt het besef dat het niet zo kan doorgaan. Fijn dat er wereldwijd maatregelen getroffen worden: het verbod op plastic tasjes, wegwerp plastic, plastic bestek en bordjes en drinkflesjes. Dit is een begin en gelukkig wordt het steeds makkelijker om je plastic verbruik te reduceren.

Plastic is zichtbaar: tandenborstels, verpakkingsmateriaal, drinkflessen, wegwerpscheermesjes en speelgoed. Maar het is ook onzichtbaar aanwezig in kleding, sponsjes, microvezel doekjes, shampoo, zonnebrandcrème, luiers en maandverband, matrassen, muurverf en theezakjes.

Plastic vervangers zijn glas, emaille, rvs, aardewerk, hout, karton en katoen. Eigenlijk alles wat van natuurlijke materialen is gemaakt en afbreekbaar of herbruikbaar is. Ook deze stoffen hebben een impact op de aarde, let op de keurmerken (bijvoorbeeld gots voor kleding). Plastic vervangers moeten van goede kwaliteit zijn en lang meegaan.

Bijvoorbeeld:

Koop groente, fruit, thee en eieren onverpakt en jam, honing, olijfolie, chocopasta, pindakaas en zonnebrandcrème zonder plastic nanodeeltjes in glazen potten. Kaas kun je bewaren in een bijenwasdoek.

Er zijn glazen statiegeldflessen en -potten voor zuivel, macaroni, linzen, noten, meel en koffiebonen.

Bak zelf je brood met bulkverpakkingen meel en gist.

Wil je frisdrank of water met een smaakje, kun je overwegen een sodamaker met glazen flessen aan te schaffen.

Servies, bestek, lunchtrommels en schoolbekers: die zijn van rvs, aardewerk, glas of emaille en kunnen heel lang mee.

Neem je eigen tassen en drinkfles mee voor onderweg.

Handen en haren wassen met een blok zeep. Scheren met rvs scheermes. Houten tandenborstels of van gerecycled plastic met vervangbare kop.

Maak schoonmaakmiddel, wasmiddel, afwasmiddel, deodorant en tandpasta zelf (soda, banking soda, kokosolie, maïszetmeel, azijn).

Afwassen en schoonmaken doe je met een houten afwasborstel, natuurspons en katoenen doekjes.

Gebruik muurverf met natuurlijke ingrediënten.

Houten (tweedehands) meubels geven een natuurlijke uitstraling en als je matras versleten is, kun je die vervangen door een plastic vrije of katoenen futon.

Wasbare luiers, wasbare zoogcompressen, wasbare billendoekjes, wasbare make-up schijfjes, wasbaar maandverband of een menstruatiecup zijn goedkoper, gezonder en duurzamer dan wegwerp.

Koop kleding en speelgoed het liefst tweedehands of bij duurzame winkels. Ga voor duurzame kleding en speelgoed van natuurlijke materialen als katoen, linnen, zijde en hout.

Stel jezelf de volgende vragen:

1. Heb ik het echt nodig?

2. Kan ik het zelf maken of lenen?

3. Kan het tweedehands?

4. Is er een duurzame, kwalitatief goede, verpakkingsloze, plasticvrije of wasbare variant?

5. Haal ik het zelf of laat ik het duurzaam bezorgen?

Overleven

Wereldnieuws: twee verdwaalde Nieuw-Zeelandse wandelaars hebben negentien dagen overleefd in de wildernis. Ze overleefden, omdat ze water hadden gevonden en op dezelfde plek bleven. Dat is nieuws, want een wonder.

Nederlands nieuws: Er loopt hier in Brabant een wolf. Die vangt schapen, omdat die voor hem makkelijke prooien zijn. De boeren houden de schapen onder onnatuurlijke en onbeschermde omstandigheden. Het instinct van de wolf raakt in de war en hij blijft bijten. Dit is nieuws, want die stoute ‘killer’ wolf is een moordenaar, hoort hier niet en moet zo snel mogelijk weg.

Wat hebben deze twee nieuwsberichten met elkaar te maken? Het zijn twee voorbeelden van hoe ver wij van de natuur verwijderd zijn geraakt.

Mensen zijn bang voor de wolf door gebrek aan kennis, doordat geen maatregelen zijn getroffen om het vee te beschermen tegen roofdieren en omdat we controle willen hebben. Een wolf die ‘zomaar’ (werd al een paar jaar verwacht door wolvenkenners) hierheen komt en aanpassingen van ons vergt, past daar niet bij.

We kunnen niet (meer) overleven zonder internet, smartphone, supermarkt en electriciteit. Het leven met en van de natuur zijn we vergeten. Pas als we verdwalen in de wildernis wordt onze kwetsbaarheid duidelijk. De natuur is ‘dus’ iets om bang voor te zijn, want gevaarlijk. En iets dat gevaarlijk is, moet weg.

Is dat erg? Natuurlijk!

Mensen gaan niet naar het bos, omdat daar gevaarlijke dieren zouden zitten. Kinderen weten niet dat melk uit een koe komt. De meeste mensen herkennen planten en bomen niet en weten niet hoe de vogels, insecten en andere dieren heten die ze zien. Nederland heeft niet eens echte natuur, behalve de zee. En de gevaren van de zee worden soms juist onderschat. Allemaal door gebrek aan ervaring en kennis van de natuur.

Er is bij steeds meer mensen het besef dat er iets niet klopt. Het schoolsysteem, werken, anonimiteit, individualisme, materialisme, eenzaamheid, gebrek aan intuïtie en sensiviteit, de verwoesting van de natuur: het voelt niet goed. Mensen zijn zoekend en dat uit zich in de behoefte aan andere woonvormen (tiny houses, boshuisjes, yurts, campers, zelfvoorzienend wonen, meergeneratiehuizen), andere scholen (democratische scholen, buitenscholen), anders werken (duurzaam, eigen baas, eigen werktijden, lokaal, sociocratisch, thuiswerken) en anders leven (natuurlijk, eenvoudig, minimalistisch, sociaal). Initiatieven waarin de worden tegengewerkt door onze zelf opgelegde regels.

Dat wij kunnen denken is soms een nadeel. Onze intuïtie wordt erdoor onderdrukt. We denken het beter te weten dan de natuur, maar richten juist schade aan. We maken onbelangrijke zaken belangrijk, omdat we daar geluk denken te vinden (vakantie, vliegen, spullen, mode). We denken op de korte termijn en inzichten blijken later toch weer niet te kloppen.

Leren zou moeten inhouden: je intuïtie volgen, naar je gevoel luisteren, kennis en ervaring opdoen in onze wereld, je talenten ontwikkelen, doen waar je goed in bent en gelukkig van wordt, sensitief zijn, samen werken, samen delen en samen beslissen met je stam en zonder schade aan de aarde aan te richten. Alleen dan overleven mensen.

Blote voeten kind

Daar gaat ons blote voeten kind,

doet altijd wat hem zelf zint.

Onze kleinste spruit

trekt direct zijn schoenen uit.

O nee, dat is jokken,

hij had ze niet eens aangetrokken.

Blote voeten in het gras,

lopen door een modderplas,

gaan langs de waterkant,

rennen door het zand.

Wondjes, splinters, ongerief,

die neemt hij gewoon voor lief.

Warm, koud of andere waarden?

Laat hem maar lekker aarden!

(Voor S., 5 jaar)

Voorleven

Hier in de buurt zie je de plastic soep in het klein: bouwafval wordt niet opgeruimd, waait van de bouwplaatsen af en verzamelt zich in de sloten. Er zit op dit moment een meerkoet te broeden op een nest omgeven door piepschuim.

De laatste tijd ruim ik regelmatig zwerfafval op. Meestal met de hond en de kinderen erbij. Soms rapen de kinderen ook wat op, maar vaker zijn ze aan het spelen. En dat is prima.

Wel wilde mijn dochtertje (7) ook een keer met de grijper afval opruimen. Ook prima, want vanuit haar eigen intrinsieke motivatie. We hadden zo een hele zak vol en het was een leuk moeder-dochter moment met fijne gesprekjes.

Gisteren hoorde ik mijn zoon (11) tegen een buurtkind zeggen dat hij zijn blikje in de prullenbak moest gooien. En waarom. Hij deed het netjes trouwens.

Nadeel is dat we nu overal ineens afval zien. 😕

Dit is een voorbeeld van voorleven: als ouders geef je het goede voorbeeld, de kinderen nemen het over. Ik denk dat dit één van de belangrijkste peilers is in de opvoeding. Jammer genoeg werkt het voorleven met slechte gewoontes ook. Denk maar aan dit gezegde: zoals de ouden zongen, piepen de jongen. 😉

Voorleven: (voor)lezen, bewegen, natuur, duurzaamheid, opruimen, muziek, kunst en cultuur maar ook gevoelens uiten, gelijkwaardigheid, grenzen aangeven, omgaan met emoties, empathie, zorgen voor en praten met elkaar.