Ethiek

Eerst wat cijfers:

In 2010 waren er achtentwintighonderd IC bedden, in 2021 dertienhonderdvijftig. Het totaal aantal ziekenhuisbedden nam af met tienduizend.

Er zijn in 2021 zevenentwintigduizend zorgmedewerkers vertrokken uit de zorg.

Er zijn in 2020 en 2021 miljarden uitgegeven aan mondkapjes, vaccinaties en de uitrol daarvan, testlocaties, QR apps en het opleiden van extra BOA’s.

De zorg heeft niets gekregen.

In Nederland wonen zeventien-en-een- halfmiljoen mensen. Daaronder zijn ongeveer twee miljoen kinderen van nul tot twaalf jaar. Eenentachtig procent van de mensen boven de twaalf jaar is gevaccineerd. Twee miljoen negenhonderdduizend mensen boven de twaalf jaar zijn niet gevaccineerd.

Uit deze cijfers blijkt dat er een structureel capaciteitsprobleem is in de zorg, gecreëerd door maar steeds te bezuinigen. Samen met een vergrijzende bevolking en de toenemende ‘welvaartsziekten’ als gevolg van onze westerse levensstijl is dit vragen om problemen.

Dit capaciteitsprobleem wordt door de overheid nu afgewenteld op de ongevaccineerden, maar eigenlijk op iedereen door vrijheden in te perken.

Om ervoor te zorgen dat de meerderheid dit blijft pikken, wordt er een zondebok aangewezen door onze leiders: de ongevaccineerden.

‘Door hun schuld kan de samenleving niet open, zij nemen ziekenhuisbedden in beslag, misschien moeten we ze maar niet meer helpen, we gaan hun vrijheden verder inperken.‘

En dan beland je ethisch op een hellend vlak of ben je daar eigenlijk al voorbij.

Ik hoop dat mensen een geweten hebben dat gaat knagen. We moeten vragen stellen aan de juiste mensen en antwoorden eisen. Spreek de overheid aan op hun keuzes en vraag verantwoording. Werk niet mee aan de uitvoering van vrijheidsbeperkende maatregelen. Maar blijf vooral kalm en nuchter en laat je niet meeslepen in de hectiek. Sluit niemand uit, iedereen heeft recht heeft op een vrije keuze, in alle aspecten van het leven.

Made in China

Ons zoontje had bij de kringloopwinkel wat autootjes uitgezocht. We bekeken ze thuis wat beter. En wat viel op? Op de onderkant van de autootjes stond waar ze gemaakt waren: made in West-Germany, Engeland, France en Holland. Op geen enkel autootje stond ‘made in China’.

De autootjes zijn gemaakt in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw, in Europa dus. Vlak daarna zijn bedrijven begonnen hun productie te verplaatsen naar lage lonenlanden, vooral naar China. Dit was, ondanks de hogere vervoerkosten, voordeliger. Bovendien was de kwaliteit niet meer belangrijk, spullen hoefden juist niet lang mee te gaan. Zo werd de wegwerp- en consumptiemaatschappij geboren. En de grote plasticvervuiling ingezet.

Tegenwoordig worden ook hoogwaardige producten (chips, medische apparatuur, schepen, auto’s) buiten de westerse wereld gemaakt.

Het lijkt me dat wij (Europa) hiermee heel kwetsbaar geworden zijn. Er is niet veel voor nodig om de aanvoer te laten stoppen. Een gestrand schip in het Suez-kanaal, wat onenigheid tussen landen? Of een boycot om wat voor reden dan ook? En het materiële leven in Europa ligt op zijn gat.

Hoe ‘wapen’ je je hier nu tegen. Tot sommige bedrijven is deze kwetsbaarheid intussen doorgedrongen. Steeds meer productieprocessen verlopen geautomatiseerd waardoor de loonkosten laag zijn. Daardoor wordt het weer interessant regionaal te gaan produceren.

Maar voor ons als consument geldt vooral dat je je moet afvragen of we al die spullen wel nodig hebben. Wij maken ons leven kwetsbaar als we afhankelijk zijn van allerlei apparaten.

En ons zoontje is intussen erg blij met zijn stevige autootjes.

Parallelle samenleving: samen

In de coronacrisis is duidelijk geworden dat onze overheid een weg is ingeslagen die veel mensen niet zien zitten. De globalisering, geen ruimte voor andersdenkenden, de leerstof op scholen, propaganda en censuur, dwang om te vaccineren en het beperken van persoonlijke vrijheid.

Nu zijn er hele mooie initiatieven ontstaan op allerlei gebieden. Ongeruste ouders, journalisten, ondernemers, (huis)artsen en verplegers, juristen, wetenschappers, economen en politici. Allemaal op hun eigen vakgebied bezig om dingen te veranderen of een parallelle samenleving tot stand te brengen. Maar ik heb de indruk dat het allemaal eilandjes zijn.

Mijn voorstel zou zijn om al die mensen samen te brengen. Zodat we een debat op gang kunnen brengen tussen de verschillende platforms, we verder kunnen kijken dan de coronamaatregelen en echt kunnen gaan werken aan die parallelle samenleving.

Want ik denk dat we eigenlijk helemaal niet terug willen naar de samenleving van voor de Corona. Een samenleving met individualisme, eenzaamheid, materialisme, psychische problemen, een niet passend schoolsysteem en werk dat geen voldoening geeft.

Wij kunnen samen ook een reset doen, maar dan één naar een samenleving die wij willen. Daar moeten we zien uit te komen. En dat kan alleen als we allemaal samen komen, vanuit de verschillende achtergronden die we hebben om zo alle aspecten van een nieuwe samenleving vorm te kunnen geven.

Zullen we deze stap nu zetten?

Building back bad

Ooit leerde ik over de Trias politica, sinds ongeveer 1780 de basis voor machtverdeling in de meeste democratieën. Het verdelen en bewaken van de macht in een wetgevende macht (parlement), uitvoerende macht (regering) en rechterlijke macht (gerechtshoven, rechtbanken) is het belangrijkste principe van een democratie. Dit werkte meestal de afgelopen tweehonderd jaar.

In een democratie is geen rol voor de vierde grote macht, de technologische macht. Toch beïnvloedt deze macht in toenemende mate de beslissingen van regeringen en ons leven.

De laatste decennia zijn bedrijven groter en groter geworden door fusies en overnames. Deze grote bedrijven hebben vele merken onder zich. Ook bedrijven die concurrenten lijken, zijn dit niet: ze bezitten namelijk elkaars aandelen. Door deze globalisering zijn de aandelen van vrijwel alle beursgenoteerde bedrijven in de wereld in handen van twee investeringsmaatschappijen. Dit zijn de rijkste en machtigste bedrijven en mensen ter aarde en zij beïnvloeden ons, onze regeringen en onze democratieën.

Bijvoorbeeld de World Health Organisation, de United Nations en het World Economic Forum zijn opgericht door landen, regeringsleiders om problemen die de hele wereld aangaan te bespreken en op te lossen. Deze organisaties zijn afhankelijk van giften. Intussen zijn het niet de landen die de voornaamste financiële middelen ter beschikking stellen, maar foundations (zoals die van Bill Gates) die de grootste donateurs zijn. Deze foundations ontvangen hun geld van de technologische macht. Het zijn dus alles behalve onafhankelijke liefdadigheidsinstellingen.

Regeringsleiders zijn trekpoppetjes van de technologische macht, die geld wil verdienen. Op dit moment wordt de democratie op de proef (virus) gesteld en ze staat er niet goed voor.

In ons land bijvoorbeeld worden vrijheidsbeperkende maatregelen genomen: niet reizen, niet demonstreren, vaccinatiepaspoort, avondklok, mondkapjesplicht. Vaste waarden wankelen: uitspraken rechters, onafhankelijke pers, censuur, scholing, grote beslissingen genomen door een demissionair kabinet, harde politieoptredens, vrijheid van meningsuiting, negeren van anders denkenden.

Niet alleen in Nederland, dit is een globale trend. Het vrijheidsdenken, de welvaart, de waarden waarmee wij (in het westen) opgegroeid zijn en die wij voor vast aannamen, worden van ons afgenomen.

Hoe moet ik dit duiden? Een ‘staatsgreep’ van de technologische macht? Bewust chaos creëren, angst aanjagen? En dan: niet build back better, maar build back bad?

De technologische macht kan alleen bestaan als wij consumeren. We zijn te afhankelijk: van onze smartphone, van onze elektrische apparaten, van de supermarkten. Maak je hiervan los, ben creatief, kritisch en vrij. Wij zijn de wereld in liefde en vrijheid.

Autoloos

Wereldwijd sterven jaarlijks 8,8 miljoen mensen door luchtvervuiling. Er zijn 2,7 miljoen vroeggeboortes door luchtvervuiling. Luchtvervuiling verzwakt het immuunsysteem, veroorzaakt hart- en longproblemen en diabetes. Griepvirussen zorgen voor meer slachtoffers in gebieden met veel luchtvervuiling, dit geldt waarschijnlijk ook voor het coronavirus.

Vrijwel iedereen in Nederland ademt verontreinigde lucht in. Luchtverontreiniging wordt mede veroorzaakt door het verkeer.

Mede daarom hebben wij sinds drie jaar geen auto meer.

Behalve dat we dus minder vervuilen, zijn er meer voordelen:

We bewegen.

We hebben weinig vervoerskosten.

We hoeven geen taxi te zijn voor onze twee oudste kinderen, omdat zij zelf fietsen of met het openbaar vervoer gaan.

We hoeven ons geen zorgen te maken over een kras of deuk en kunnen geen aanrijding veroorzaken.

Onze kinderen nemen zelf deel aan het verkeer en leren de regels en gevaren.

We onthaasten.

We gebruiken onze creativiteit, overal is een oplossing voor.

Voor de meeste mensen zijn de luchtvervuiling, de gezondheidsimpact, maar ook de kosten geen reden om de auto te laten staan. Er worden veel korte ritjes mee gereden en zelfs bij financiële nood wordt de auto niet van de hand gedaan.

Maar is een auto een noodzakelijk bezit of zijn er alternatieven?

Een (elektrische) fiets voor korte ritjes. Er komen steeds meer snelfietspaden. Ook zijn steden autoluw of -vrij. Zorg voor een goed regenpak, fietstassen en vervoer je kinderen veilig.

Voor lange ritten: het openbaar vervoer of een deel- of huurauto. Het openbaar vervoer is best relaxed: je hoeft niet op het verkeer te letten en er is wifi. Wel is het redelijk duur. Deelauto’s staan alleen in steden, lastig als je in een dorp woont. Een auto die niet vervuilend is, zou ook een alternatief kunnen zijn. Of een auto, die je deelt met je buren of familie.

Als je de mogelijkheid hebt, kun je woon-werkverkeer verminderen door thuis te werken.

‘Durf’ jij ook?

Challenges (extra uitdagend als je een gezin met kinderen hebt 😉):

1. Loop of fiets alle ritjes korter dan zeven kilometer enkele reis.

2. Ga ergens naartoe met het openbaar vervoer.

3. Raak je auto een maand niet aan.

4. Probeer thuiswerken.

5. Verkoop één van de twee auto’s in je huishouden.

6. Spaar het geld dat je anders aan autokosten zou uitgeven.

7. Ga op vakantie zonder auto, maar op een andere duurzame manier.

Motivatie

Motivatie is de bereidheid tot het verrichten van bepaald gedrag en wordt onderverdeeld in extrinsieke en intrinsieke motivatie.

Extrinsiek: bepaald gedrag laten zien, omdat je ervoor beloond wordt, een compliment krijgt, afhankelijkheid van anderen.

Intrinsiek: bepaald gedrag vertonen, omdat je dat zelf wil, onafhankelijk van anderen, zelfdiscipline, verantwoordelijk voor en de controle bij jezelf.

Kinderen op school ervaren hetzelfde als volwassenen die werken voor een baas: ze moeten taken doen of doelen bereiken die opgelegd worden. Intrinsieke motivatie verdwijnt snel als je steeds hetzelfde moet doen, geen inspraak hebt in je werk- of leerproces, niet mee mag besluiten en bestraft wordt voor het niet halen van doelen. Je krijgt tegenzin, angst en stress.

Steeds meer wordt duidelijk dat als je zelf inspraak hebt in je werk- of leerproces dit je motivatie ten goede komt. Het werk of de taak kost het minder moeite, energie en je werkt efficiënter. Ook afwisseling, mee beslissen en een afgerond geheel maken in plaats van steeds hetzelfde kleine stukje, geven voldoening, zelfs voor taken die niet leuk zijn.

Ik vind dat alleen intrinsieke motivatie echte motivatie is. Je kunt mensen niet extrinsiek motiveren, maar wel inspireren, een zetje in de goede richting geven, de weg wijzen, vaardigheden leren, voordoen. Samen, gelijkwaardig, onvoorwaardelijk en liefdevol.

Overleven

Wereldnieuws: twee verdwaalde Nieuw-Zeelandse wandelaars hebben negentien dagen overleefd in de wildernis. Ze overleefden, omdat ze water hadden gevonden en op dezelfde plek bleven. Dat is nieuws, want een wonder.

Nederlands nieuws: Er loopt hier in Brabant een wolf. Die vangt schapen, omdat die voor hem makkelijke prooien zijn. De boeren houden de schapen onder onnatuurlijke en onbeschermde omstandigheden. Het instinct van de wolf raakt in de war en hij blijft bijten. Dit is nieuws, want die stoute ‘killer’ wolf is een moordenaar, hoort hier niet en moet zo snel mogelijk weg.

Wat hebben deze twee nieuwsberichten met elkaar te maken? Het zijn twee voorbeelden van hoe ver wij van de natuur verwijderd zijn geraakt.

Mensen zijn bang voor de wolf door gebrek aan kennis, doordat geen maatregelen zijn getroffen om het vee te beschermen tegen roofdieren en omdat we controle willen hebben. Een wolf die ‘zomaar’ (werd al een paar jaar verwacht door wolvenkenners) hierheen komt en aanpassingen van ons vergt, past daar niet bij.

We kunnen niet (meer) overleven zonder internet, smartphone, supermarkt en electriciteit. Het leven met en van de natuur zijn we vergeten. Pas als we verdwalen in de wildernis wordt onze kwetsbaarheid duidelijk. De natuur is ‘dus’ iets om bang voor te zijn, want gevaarlijk. En iets dat gevaarlijk is, moet weg.

Is dat erg? Natuurlijk!

Mensen gaan niet naar het bos, omdat daar gevaarlijke dieren zouden zitten. Kinderen weten niet dat melk uit een koe komt. De meeste mensen herkennen planten en bomen niet en weten niet hoe de vogels, insecten en andere dieren heten die ze zien. Nederland heeft niet eens echte natuur, behalve de zee. En de gevaren van de zee worden soms juist onderschat. Allemaal door gebrek aan ervaring en kennis van de natuur.

Er is bij steeds meer mensen het besef dat er iets niet klopt. Het schoolsysteem, werken, anonimiteit, individualisme, materialisme, eenzaamheid, gebrek aan intuïtie en sensiviteit, de verwoesting van de natuur: het voelt niet goed. Mensen zijn zoekend en dat uit zich in de behoefte aan andere woonvormen (tiny houses, boshuisjes, yurts, campers, zelfvoorzienend wonen, meergeneratiehuizen), andere scholen (democratische scholen, buitenscholen), anders werken (duurzaam, eigen baas, eigen werktijden, lokaal, sociocratisch, thuiswerken) en anders leven (natuurlijk, eenvoudig, minimalistisch, sociaal). Initiatieven waarin de worden tegengewerkt door onze zelf opgelegde regels.

Dat wij kunnen denken is soms een nadeel. Onze intuïtie wordt erdoor onderdrukt. We denken het beter te weten dan de natuur, maar richten juist schade aan. We maken onbelangrijke zaken belangrijk, omdat we daar geluk denken te vinden (vakantie, vliegen, spullen, mode). We denken op de korte termijn en inzichten blijken later toch weer niet te kloppen.

Leren zou moeten inhouden: je intuïtie volgen, naar je gevoel luisteren, kennis en ervaring opdoen in onze wereld, je talenten ontwikkelen, doen waar je goed in bent en gelukkig van wordt, sensitief zijn, samen werken, samen delen en samen beslissen met je stam en zonder schade aan de aarde aan te richten. Alleen dan overleven mensen.

Blote voeten kind

Daar gaat ons blote voeten kind,

doet altijd wat hem zelf zint.

Onze kleinste spruit

trekt direct zijn schoenen uit.

O nee, dat is jokken,

hij had ze niet eens aangetrokken.

Blote voeten in het gras,

lopen door een modderplas,

gaan langs de waterkant,

rennen door het zand.

Wondjes, splinters, ongerief,

die neemt hij gewoon voor lief.

Warm, koud of andere waarden?

Laat hem maar lekker aarden!

(Voor S., 5 jaar)

Vroeger (deel 2)

Hoe deed mijn oma het huishouden in de jaren dertig? Hoe leefde mijn vaders gezin zonder plastic, elektrische apparaten en een bad. Hoeveel afval hadden ze?

Het staat buiten kijf dat de hygiëne en woonomstandigheden nu beter zijn dan negentig jaar geleden. Ook de was doen, is tegenwoordig een stuk makkelijker (wasmachine), net zoals het bewaren van eten (koelkast). Het huishouden was veel en zwaar werk. Verder werd er in die tijd gestookt en gekookt op hout en kolen, veel slechter voor het milieu en de gezondheid dan het gebruik van groene stroom (en groen gas).

Maar: bij de melkboer, kruidenier en bakker kon je elke gewenste hoeveelheid laten afwegen. Melk werd in je eigen kan gegoten, meel zat in papieren zakken. Bij de kruidenier zat veel in glazen potten. In het dorp van mijn vader hadden mensen hun eigen groentetuin en kippen. Ook bij de boeren kochten ze groente, fruit en eieren. Dit was onverpakt, je nam zelf kan, mandje en tas mee. (Nu: de verpakkingsloze winkel, lokaal geproduceerd eten kopen en zero waste stroming.)

Maar: tot voor kort kende iedereen de technieken om eten langer houdbaar te maken. In de herfst werd jam gemaakt en groente ingemaakt of gefermenteerd (bijvoorbeeld zuurkool) in glazen potten en in de kelder bewaard. In sommige gezinnen werd één keer per jaar een varken gekocht. Dit lieten ze slachten en alles van het beest werd gebruikt: vlees, organen, botten, vet. Ook werd vlees gepekeld en bewaard voor de winter. (Nu wordt dit opnieuw ‘ontdekt’.)

Maar: met een paar basisingrediënten maakte de generatie van mijn oma alles zelf. (Nu: koken met een paar ingrediënten, zelf brood bakken.)

Maar: schoonmaken werd gedaan met bezem, soda, azijn en groene zeep. Je waste je met een blok zeep en mijn opa deed zijn hele volwassen leven met hetzelfde scheermes. (Nu: trend naar natuurlijker schoonmaken en persoonlijke verzorging zonder milieu- en gezondheidsimpact.)

Maar: kleding en linnengoed werd versteld, doorgegeven aan broertjes of zusjes of vermaakt. Knopen werden terug aangenaaid. De stoffen waren van natuurlijke materialen als wol, katoen en linnen. (Nu: minimalistische, degelijke, tijdloze kleding garderobe bestaande uit natuurlijke (gots) gecertificeerde materialen. En kinderkleding doorgeef netwerken).

Maar: de huizen waren eenvoudig, degelijk en functioneel ingericht. Er werd niets vervangen als het nog functioneerde, gerepareerd of hergebruikt kon worden. (Nu: minimalisme stroming.)

Maar: groenafval werd meegegeven aan de schillenboer voor de dieren. Flessen werden opnieuw gevuld. (Nu: recycle, statiegeldflessen.)

Maar: kinderen gingen te voet naar school, boodschappen werden per paardenkar of bakfiets thuisbezorgd of te voet gehaald. Het werk was in de buurt en te voet of per fiets bereikbaar. Op vakantie ging niemand. Misschien een dagje naar zee of met de trein naar familie. Kinderen waren de hele zomervakantie thuis en speelden buiten. In hun vertrouwde omgeving met voldoende sociale controle. (Nu: CO2 uitstoot verminderen door minder auto te rijden en te vliegen, kamperen bij de boer, elektrische fiets voor woon-werk verkeer, fietskoeriers.)

Maar: de generatie van mijn oma en vele generaties daarvoor verspilden niets. Ook nu kunnen we beter niet verspillen: bijvoorbeeld vanwege de vervuiling van onze planeet en de oneerlijke verdeling van het voedsel waardoor veel mensen in armoede leven en honger lijden. (Nu: stop de verspilling-beweging.)

Eigenlijk niets nieuws onder de zon dus. Met een paar kleine aanpassingen ‘terug in de tijd’ kun je een groot verschil maken wat betreft de vervuiling en uitputting van de aarde. Fijn dat er steeds meer mensen mee bezig zijn. 😄

Vroeger (deel 1)

Bijna 85 jaar geleden is mijn vader geboren. Zijn Noordhollandse jeugd speelde zich af in de crisistijd en de tweede wereldoorlog. Pas een paar jaar daarvoor was uitgevonden hoe je plastic kon maken uit aardolie. Antibiotica en massale inentingen waren er niet. Slechts een paar auto’s reden rond in het dorp.

Tot de oorlog begon was het gezin van mijn vader welvarend, zij hadden één van die weinige auto’s. Mijn opa en zijn broer hadden een stratenmakersbedrijf en vielen met hun neus in de boter in die tijd. Met de opkomst van de auto was er veel werk.

Mijn opa was echter een man met principes: hij weigerde opdrachten voor de bezetters te doen. Daardoor werd de financiële situatie van het gezin naarmate de oorlog vorderde zeer slecht. Het grote huis werd ingeruild voor een kleintje. Al het gereedschap, de auto en de fotocamera werden verkocht. Het gezin heeft honger en kou geleden. In 1947 had mijn vader nog hongeroedeem.

Mijn vader had geen eigen kamer, fiets, een kast vol kleren en amper speelgoed. Televisie of andersoortige schermen bestonden nog niet.

Toch heeft mijn vader (vindt hij zelf) een geweldige jeugd gehad. Regelmatig was er geen school, in het schoolgebouw zaten Duitsers en het plaatselijke café was niet altijd beschikbaar. Dus met een groep jongens op avontuur: slootje springen, schaatsen in de ondergelopen polder, achter prikkeldraad blijven hangen en appels stelen bij de boer. Spelen met elkaar en met niks. Later ook naar het bos van Heiloo om brandhout te zoeken en te schooien om eten bij de Duitsers. En verder geen traumatische oorlogservaringen in tegenstelling tot bijvoorbeeld de kinderen hier in de Langstraat die angstige momenten beleefden in de schuilkelders vanwege de V1’s.

In de herinneringen van mijn vader aan zijn jeugd speelt de oorlog slechts een marginale rol. De vrijheid, het buiten spelen met de jongens en de avonturen die ze beleefden staat voorop.

Door te spelen oefen je, in een veilige omgeving, alle vaardigheden die je later nodig hebt. Je leert samenwerken, problemen oplossen, beslissingen nemen, risico’s inschatten, een mening vormen en rekening houden met anderen. Met volwassenen passief beschikbaar op de achtergrond.

Spelen is van alle tijden, maar de laatste decennia hebben kinderen deze belangrijke oefenomgeving vaak niet. Wat betekent dit voor de sociale en lichamelijke gezondheid van onze kinderen en later volwassenen?