Parallelle samenleving: samen

In de coronacrisis is duidelijk geworden dat onze overheid een weg is ingeslagen die veel mensen niet zien zitten. De globalisering, geen ruimte voor andersdenkenden, de leerstof op scholen, propaganda en censuur, dwang om te vaccineren en het beperken van persoonlijke vrijheid.

Nu zijn er hele mooie initiatieven ontstaan op allerlei gebieden. Ongeruste ouders, journalisten, ondernemers, (huis)artsen en verplegers, juristen, wetenschappers, economen en politici. Allemaal op hun eigen vakgebied bezig om dingen te veranderen of een parallelle samenleving tot stand te brengen. Maar ik heb de indruk dat het allemaal eilandjes zijn.

Mijn voorstel zou zijn om al die mensen samen te brengen. Zodat we een debat op gang kunnen brengen tussen de verschillende platforms, we verder kunnen kijken dan de coronamaatregelen en echt kunnen gaan werken aan die parallelle samenleving.

Want ik denk dat we eigenlijk helemaal niet terug willen naar de samenleving van voor de Corona. Een samenleving met individualisme, eenzaamheid, materialisme, psychische problemen, een niet passend schoolsysteem en werk dat geen voldoening geeft.

Wij kunnen samen ook een reset doen, maar dan één naar een samenleving die wij willen. Daar moeten we zien uit te komen. En dat kan alleen als we allemaal samen komen, vanuit de verschillende achtergronden die we hebben om zo alle aspecten van een nieuwe samenleving vorm te kunnen geven.

Zullen we deze stap nu zetten?

Gender

Onze dochter van acht jaar kwam uit school: ‘mama, de juf zegt dat je zelf mag weten of je een jongen of meisje wordt’. Ze was helemaal in de wat: ‘ik ben toch een meisje?’ Het kind begon eraan te twijfelen.

Ik moest gelijk denken aan de SDG doelen, die ook in de onderwijsprogramma’s worden geïntegreerd, in dit geval betreft het SDG doel 5: gendergelijkheid.

Natuurlijk zouden mannen, vrouwen, genderneutrale mensen, transgenders, immigranten enzovoort gelijkwaardig moeten zijn. In Nederland gaat het dan over mannen die meer moeten gaan zorgen, vrouwen die meer moeten gaan werken en de emancipatie van de lhbti-ers en immigranten. Bij gelijkwaardigheid zouden alle mensen verschillend mogen zijn, maar het lijkt juist andersom.

Om met de laatste twee groepen te beginnen: wij hebben homo’s, een transgender en moslims in de familie. Op school en in de buurt zien we kinderen met twee moeders, homostellen, kinderen met een ander kleurtje, meisjes die zich als jongens gedragen en jongens die zich als meisje kleden. Onze kinderen zien het niet eens. Voor hen is het volkomen normaal. Het is fijn als je gewoon jezelf kan zijn. In mijn ogen is iedereen echter al vanaf zijn of haar geboorte wat hij of zij is. Als een juf dan zegt dat de kinderen later mogen kiezen, ben ik het daar niet mee eens. Dit soort opmerkingen geven verwarring. Zoals bij onze dochter die zich werkelijk ging afvragen of ze wel een meisje is.

Dan de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Er zijn mannen die het leuk vinden om te zorgen en er zijn carrière vrouwen. Maar er zijn ook mannen die het zorgen echt niet in zich hebben, er ongelukkig van worden en natuurlijk zijn er ook vrouwen die het prima vinden als thuisblijfmoeder. Het punt is dat de overheid ons probeert te sturen: ‘goede kinderopvang’, ‘zorgverlof voor mannen’, ‘vrouwen zouden meer moeten werken’. Dit is een inbreuk op onze persoonlijke vrijheid, om onze levens in te vullen zoals wij dat willen. Iedereen zou dat voor zichzelf of voor hun eigen gezin zelf moeten mogen bepalen, zonder sturing van de overheid.

Het gaat de overheid natuurlijk ook niet om de gelijkheid, maar om het feit dat er meer gewerkt moet worden. Mannen, vrouwen, allochtonen: iedereen aan het werk. Dat is goed voor de economie. Of het goed is voor ons doet er niet toe. Veel vrouwen worstelen met de combinatie van werk en zorg. De kinderopvang voedt onze kinderen op tot gehoorzame burgers. De meeste mannen willen helemaal niet voor een baby zorgen. Bovendien heeft de vrouw het kind gedragen en gebaard en kan zij het voeden. Mannen willen op een andere manier voor hun gezin zorgen (verantwoordelijkheid nemen) en daarmee hun gezin voorzien van bijvoorbeeld onderdak, voedsel en kleding.

In de visie van de overheid bestaan er geen biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, deze zijn cultureel bepaalt. Deze mening deel ik niet en ik denk dat zowel mannen als vrouwen in dit systeem hun ei niet kwijt kunnen en er ongelukkig van worden omdat ze steeds tegen hun gevoel in moeten gaan.

Dus, doe dat niet. Luister wel naar je gevoel en kijk niet teveel naar anderen. Aan de buitenkant zie je de werkelijkheid niet. Bovendien is iedereen anders en mag iedereen zijn of haar eigen keuzes maken, die het beste passend zijn voor jouw situatie, voor wat jij belangrijk vindt en waar jij het gelukkigst van wordt.

Parallelle samenleving: school

Veel mensen zijn volgers, afhankelijk, materialistisch, loonslaaf, verwend en niet divers. Ook nu de wereld verandert, blijven ze passief. Ik denk dat het schoolsysteem een grote bijdrage levert aan deze houding.

Ons huidige schoolsysteem is honderd jaar geleden opgetuigd. De industriële revolutie was in volle gang. Kinderen werden door het schoolsysteem beschermd, want de leerplicht bestreed de kinderarbeid. Tegelijkertijd werden de kinderen binnen de scholen opgeleid en gedrild tot ‘goede werknemers’. Kinderen werd geleerd te luisteren, geen weerwoord of eigen mening te hebben enzovoort. Alle kinderen langs hetzelfde pad, diversiteit hoefde niet. Dat was in die tijd, met de opkomst van de lopende band en fabrieksarbeid heel handig.

In de jaren zeventig was er een uitstapje naar meer vrijheid en gelijkheid, maar de laatste jaren is het pad waarlangs alle kinderen moeten juist heel smal geworden. Met als gevolg dat kinderen die niet via dat smalle pad gaan problemen krijgen. Zoals onze vier kinderen, die (omdat ze dat misschien ook van ons meekrijgen natuurlijk) niet in het schoolsysteem passen, omdat ze anti-autoritair, autonoom, eigenzinnig en zichzelf zijn. Kinderen die hun eigen pad willen volgen, maar ernstig belemmerd worden, juist door school. Een lot dat vele kinderen tegenwoordig treft.

En echt, de juffen en meesters hebben het beste met onze kinderen voor. Zij zitten echter ook vast in het systeem met steeds meer regels en toetsen en steeds minder eigen inbreng. Ik denk eigenlijk dat het lerarentekort hier aan te wijten is en dat de hoogte van de salarissen veel minder een rol speelt.

Er is dus onvrede, bij ouders en leerkrachten. Voor reguliere scholen is het heel moeilijk om het onderwijs te veranderen. Het is meer steeds een ander sausje. De structuur blijft hetzelfde. Als we het dan hebben over een parallelle samenleving, met echt ander onderwijs, kunnen we niets verwachten vanuit de reguliere scholen.

Toch zijn er al scholen die wat mij betreft voldoen aan wat ik voor mijn kinderen wil. Dat zijn de democratische scholen, voortgekomen uit Iederwijs. Hier hangt echter een prijskaartje aan, zodat niet iedereen die dat wil er toegang toe heeft. Als dat nu een anders was…

In mijn parallelle samenleving zou wat betreft scholing ook thuisonderwijs of ‘unschooling’ mogelijk moeten zijn.

Ik hoef geen overheid die zich met de scholing van mijn kinderen bemoeit, ik wil hier graag zelf verantwoordelijk voor zijn. Ik wil mijn kinderen laten kennismaken met alle aspecten van het leven, met inspirerende mensen om hen heen, zodat ze hun vrije, creatieve en autonome geest als ze volwassen zijn kunnen gebruiken om de wereld een beetje mooier te maken. Hier wil ik voor strijden en hier wil ik mijn steentje aan bijdragen.

Natuurlijk zijn er ouders die een heel andere visie hebben. En zij mogen die keuze ook maken. Het gaat erom dat de keuze er is. Het zou de diversiteit binnen onze samenleving ten goede komen.

Parallelle samenleving

Vooral westerse politici hebben het er steeds over: de coronapandemie is een kans om de wereld te veranderen. Ze noemen dit ‘the great reset’ of ‘building back better’. Ze ‘vergeten’ dat de op dit moment ontwrichtende samenleving door hen (als marionetten van de door de rijkste mensen ter wereld gefinancierde VN, WHO en WEF) is veroorzaakt.

Ik heb geleerd dat je voordat je iets op de markt brengt een marktonderzoek moet doen. Is er behoefte aan het nieuwe product? Voor zover ik weet, gebeurt dit niet bij deze ‘great reset’. Die wordt van bovenaf opgelegd. Als je de wereldwijde protesten van afgelopen weekend ziet, is er bij veel mensen helemaal geen behoefte aan een totaal andere wereld. Mensen willen mens zijn, verbinding en liefde.

Daarom wordt de ‘great reset’ ons door de strot geduwd. Met vrijheidsbeperkende maatregelen, voorwaarden (zoals gevaccineerd of getest zijn), digitale controles, propaganda en censuur en door ons de schuld te geven van klimaatveranderingen en milieuvervuiling.

We hebben ons de laatste decennia veel te afhankelijk gemaakt van technologie en we zijn er in onze naïviteit van uitgegaan dat er geen machtsmisbruik van gemaakt zou worden.

We zijn onze basiswaarden vergeten. Wie weet nog hoe je kleding maakt, brood bakt, eenvoudige maaltijden bereidt, meubels maakt en je verplaatst zonder auto. En wat als er (even) geen elektriciteit zou zijn? Dat vrijheid een groot goed is, waren we vergeten. Niet dat je dat ons kwalijk kan nemen, wij hebben nog nooit armoede, honger of oorlog gekend.

Nee, dan de Amish. Die hebben nergens last van…

Zij zijn een voorbeeld van een parallelle samenleving, ééntje die al meer dan tweehonderd jaar bestaat. Laten wij gaan nadenken hoe wij eigenlijk willen dat onze samenleving eruit zou moeten zien. Dat we als een parallelle samenleving ook een ‘reset’ doen. Maar dan één naar verbondenheid met elkaar, vreedzaam, natuurlijk, onafhankelijk, regionaal, met kleine groepen mensen, met ‘echte’ vaardigheden, waar school en werk vanuit intrinsieke motivatie gebeurt, gedeeld wordt en we met liefde voor elkaar zorgen.

Vrijheid is een volgetankte Mercedes

Zo begint een liedje van Armand dat mijn man wel eens zingt.

En zo ging het inderdaad: tanken, inpakken en op naar Frankrijk. Eerst op de bonnefooi, heel ergens anders uitkomend dan het oorspronkelijke reisdoel, later met de kinderen met een vooraf gereserveerde campingplaats.

Met veel kleine avonturen onderweg: lugubere overnachtingen, baby’s die op het verkeerde moment poepen, zeurende kinderen onderweg, een gestolen fiets en in het Frans proberen aangifte te doen, camping zonder gasten…, maar ook: lekker eten, een andere taal horen en je verstaanbaar proberen te maken, bergen, varen, fietsen, koeien, kamperen, onweer en ‘enge’ kabelbanen. En niet te vergeten die vriendelijke Franse boer die onze kleuter kuikentjes en bokjes liet vasthouden en hem op een grote boerenknol zette. Gewoon wat van de wereld zien en voelen.

We koesteren de herinneringen, onze jongste twee kinderen hebben die zelfs niet. Zij zijn nog nooit in het buitenland geweest. En ze zullen daar (voorlopig?) niet komen. Want wij willen niet getest, gevaccineerd of anderszins doorgelicht worden voordat we op reis mogen. Dan gaan we maar niet op vakantie.

Testen voor een voorstelling? Dan doen we dat ook niet meer. Geven we ze zelf wel mee. Testen voor muziekles op sportclub? Ook niet meer dan. Doen we het wel zelf. Testen voor je mag winkelen? Ik ga wel naar de markt of boer. Testen voor je naar school of werk mag? Tja… Je bankrekening geblokkeerd, omdat je niet gevaccineerd bent? Help!

Maar zover is het (nog) niet. Zullen we het ook niet zover laten komen? Testen en vaccineren is voorwaardelijk en we willen onvoorwaardelijk onze vrijheid terug. Toch?

Dus laat je niet verleiden en doe niet mee.

Burgerschap

Sinds 2006 staat in de wet dat scholen les moeten geven innburgerschap, vanaf september 2021 wordt dit een verplichting.

Burgerschap gaat onder andere over leren wat een democratie is en normen en waarden ( basiswaarden).

Basiswaarden zijn “algemene, breed erkende essentiële waarden, waarop onze democratische manier van samenleven is gebaseerd, afgeleid van de Nederlandse Grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens” (Staatscourant 5 juli 2006, nr. 128)

Het betreft de volgende basiswaarden:

  • Vrijheid van meningsuiting betekent dat je mag zeggen of schrijven wat je denkt, of tegen de opvatting van anderen in mag gaan. Iedereen mag dus ook zijn of haar geloof uitdragen, of zijn of haar mening aan anderen voorhouden. Daarbij moet je je wel houden aan de wet.
  • Gelijkwaardigheid betekent dat mensen van gelijke waarde zijn. Daarbij maakt het niet uit wat je denkbeelden zijn of wat je gelooft. Je hoeft niet te vinden dat die denkbeelden of gebruiken zelf waardevol zijn, maar wel dat mensen met andere denkbeelden en gebruiken niet minder waard zijn dan jij, of dan jouw groep.
  • Begrip voor anderen betekent dat je probeert te begrijpen waarom mensen of groepen bepaalde denkbeelden of gebruiken hebben: wat is de achtergrond daarvan en waarom is dat belangrijk voor een ander.
  • Verdraagzaamheid (ook wel tolerantie genoemd) betekent dat je de mening of het gedrag van een ander accepteert, ook al ben je het er helemaal niet mee eens. En het betekent ook dat je ieder de ruimte wilt geven om zo’n mening of zulk gedrag te hebben. Natuurlijk moet iedereen zich daarbij wel houden aan de wet.
  • Autonomie betekent dat iedereen zelf kan bepalen wie hij/zij wil zijn en hoe hij/zij zijn/haar leven wil leiden. Ieder is dus bijvoorbeeld vrij om zelf te bepalen welke denkbeelden of welk geloof voor hem/haar belangrijk is. Daarbij moet je je wel houden aan de wet.
  • Het afwijzen van onverdraagzaamheid. Onverdraagzaamheid (ook wel intolerantie genoemd) is het tegenovergestelde van tolerantie. Het betekent dat je vindt dat andere mensen of groepen, dingen waar jij het niet mee eens bent, niet zouden mogen denken of doen; en dat je het niet nodig vindt dat ieder de ruimte krijgt om zo’n mening of zulk gedrag te hebben.
  • Het afwijzen van discriminatie. Discriminatie betekent dat mensen of groepen bij anderen achtergesteld worden, of dat je vindt dat er voor mensen met andere denkbeelden of gebruiken niet zoveel ruimte hoeft te zijn, of dat die denkbeelden of gebruiken misschien zelfs verboden moeten worden.

Als kinderen deze basiswaarden leren, waarom worden andersdenkenden dan nu gecensureerd (je mag zeggen en schrijven wat je wil?, afwijzen discriminatie?), mag je niet je eigen mening hebben (vrijheid van meningsuiting?), worden niet-gevaccineerden straks tweederangs burgers (evenveel waard zijn?), mag je niet demonstreren (tolerantie?), is er polarisatie (begrip voor anderen?) en mag je niet zelf weten hoe je je leven leidt (autonomie?)

Wij geven onze kinderen deze basisvoorwaarden mee, zoals wij die ook weer hebben geleerd van onze ouders. Het voelt nu alsof de vaste grond onder onze voeten wegspoelt en ik weet niet hoe ik hierop moet reageren.

Middelbare school

Het overvalt ons een beetje, volgende maand schrijven we ons tweede kind in op een middelbare school. Welke school past bij hem?

Onze tweede zoon: intelligent, gevoelig, creatief, denker en doener, beelddenker, kritische denker, analist, chaoot, steeds zelfstandiger. Met een ontzettende hekel aan het autoritaire schoolsysteem, het moeten leren, het geen eigen inbreng hebben. Waar moet hij heen?

De nieuwste school? Thematisch, samenhang tussen de vakken, zelf onderzoeken, van elkaar leren. Dit past bij hem, maar kunnen we van een twaalfjarige verlangen dat hij een uur met de bus gaat en dan nog een stuk moet lopen? En wat als hij uitgeloot wordt?

Democratische school? Op vijf kilometer van ons huis. Maar wat gaat ons kind daar de hele dag doen? Skaten? En hoe betalen we deze particuliere school?

Of: een jaar naar de democratische school en dan verder kijken?

Helicon VMBO t plus? Niet te veel, maar ook niet te weinig uitdaging, praktijk, kleine, groene school op negen (veilige fietspad) kilometers van ons huis. Maar wel een reguliere school met losse vakken waarbij de leerstof in kleine brokjes wordt aangeboden.

We weten het niet…

De coronamaatregelen werken ook niet mee: geen open dagen, geen doe middagen, zelfs inschrijven gebeurt online. Hij gaat straks naar een school waar hij nog nooit geweest is. Lastig.

Hoe doen jullie dat?

Building back bad

Ooit leerde ik over de Trias politica, sinds ongeveer 1780 de basis voor machtverdeling in de meeste democratieën. Het verdelen en bewaken van de macht in een wetgevende macht (parlement), uitvoerende macht (regering) en rechterlijke macht (gerechtshoven, rechtbanken) is het belangrijkste principe van een democratie. Dit werkte meestal de afgelopen tweehonderd jaar.

In een democratie is geen rol voor de vierde grote macht, de technologische macht. Toch beïnvloedt deze macht in toenemende mate de beslissingen van regeringen en ons leven.

De laatste decennia zijn bedrijven groter en groter geworden door fusies en overnames. Deze grote bedrijven hebben vele merken onder zich. Ook bedrijven die concurrenten lijken, zijn dit niet: ze bezitten namelijk elkaars aandelen. Door deze globalisering zijn de aandelen van vrijwel alle beursgenoteerde bedrijven in de wereld in handen van twee investeringsmaatschappijen. Dit zijn de rijkste en machtigste bedrijven en mensen ter aarde en zij beïnvloeden ons, onze regeringen en onze democratieën.

Bijvoorbeeld de World Health Organisation, de United Nations en het World Economic Forum zijn opgericht door landen, regeringsleiders om problemen die de hele wereld aangaan te bespreken en op te lossen. Deze organisaties zijn afhankelijk van giften. Intussen zijn het niet de landen die de voornaamste financiële middelen ter beschikking stellen, maar foundations (zoals die van Bill Gates) die de grootste donateurs zijn. Deze foundations ontvangen hun geld van de technologische macht. Het zijn dus alles behalve onafhankelijke liefdadigheidsinstellingen.

Regeringsleiders zijn trekpoppetjes van de technologische macht, die geld wil verdienen. Op dit moment wordt de democratie op de proef (virus) gesteld en ze staat er niet goed voor.

In ons land bijvoorbeeld worden vrijheidsbeperkende maatregelen genomen: niet reizen, niet demonstreren, vaccinatiepaspoort, avondklok, mondkapjesplicht. Vaste waarden wankelen: uitspraken rechters, onafhankelijke pers, censuur, scholing, grote beslissingen genomen door een demissionair kabinet, harde politieoptredens, vrijheid van meningsuiting, negeren van anders denkenden.

Niet alleen in Nederland, dit is een globale trend. Het vrijheidsdenken, de welvaart, de waarden waarmee wij (in het westen) opgegroeid zijn en die wij voor vast aannamen, worden van ons afgenomen.

Hoe moet ik dit duiden? Een ‘staatsgreep’ van de technologische macht? Bewust chaos creëren, angst aanjagen? En dan: niet build back better, maar build back bad?

De technologische macht kan alleen bestaan als wij consumeren. We zijn te afhankelijk: van onze smartphone, van onze elektrische apparaten, van de supermarkten. Maak je hiervan los, ben creatief, kritisch en vrij. Wij zijn de wereld in liefde en vrijheid.

Eindejaarskriebels

December met Sinterklaas en Kerst komt er aan. De winkels hebben gezelligheid, lekker thuis zijn en knusheid handig gekoppeld aan het geven van cadeaus. Met in de laatste twee maanden van het jaar tal van ‘aanbiedingen’: black friday, cyber monday, stapelkortingen. In de twee laatste maanden van het jaar zijn de verleidingen om te kopen groot.

Hoe weersta je die verleidingen en wat kun je dan geven?

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom je geen of minder cadeaus zou willen geven in december. Vanwege duurzaamheid, minder spullen willen hebben of omdat de financiën het niet toelaten.

Wij vieren bijvoorbeeld geen Sinterklaas, omdat we niet willen liegen, niet willen kopen, het materialistisch is en het veel spanning oproept bij kinderen. Dan is het best lastig als kinderen hun schoencadeaus laten zien en als op school naar het Sinterklaasjournaal wordt gekeken. Gelukkig vinden onze kinderen dat ze al genoeg hebben en is het geen probleem dat wij het niet vieren.

Wel vieren wij met kerst de terugkeer van het licht. Met een kerstboom en lichtjes. We zijn meer binnen dan in de zomer, het is vroeg donker. Daarom maken we het huis gezellig. De winterperiode is er één van rust, kijk maar naar de natuur. We doen spelletjes, praten met elkaar, lezen voor, besteden tijd aan het eten, dekken de tafel mooi, reflecteren en kijken vooruit. Het jaar is immers bijna ten einde. Een winterwandeling met daarna warme chocolademelk maakt deze periode extra bijzonder. Warmte en licht in huis komen uit de mensen die er wonen, cadeaus dragen niet bij aan de sfeer.

Wil je wel iets geven?

Houd het klein, dus bijvoorbeeld met Sinterklaas pas in de laatste week schoen zetten, één gewild cadeau geven, tweedehands geven, iets nuttigs of een ervaring geven, iets gezonds geven in plaats van snoep, het cadeau extra mooi inpakken, een pakkend gedicht schrijven. Met een uitpakspel kun je er een hele gezellige avond van maken.

Vind je het het lastig de verleidingen om te kopen te weerstaan?

Maak een lijstje en koop dat alleen. Ben je bewust van de invloed van reclame. Laat je niet verleiden door aanbiedingen en koop geen onnodige prullen. Laat iedereen goed nadenken over wat ze willen hebben, vooral bij kinderen verandert dat wel eens. Bedenk ook zelf welk cadeau van toegevoegde waarde is voor je kind. Loop geen winkel binnen zonder doel en doe dit ook online.

Misschien wil je kind wat weggeven? Er zijn aan het einde van het jaar vaak inzamelacties voor kinderen die het niet zo breed hebben.

Nieuws

Of ik onze zestienjarige wil helpen met zijn huiswerk, zes uur per week mijn onwillige elfjarige wil begeleiden met het schoolwerk, ‘even’ de tafel van vijf wil leren aan onze achtjarige, die als enige in de klas de toets niet gehaald heeft en waarom onze vijfjarige krast op zijn tekening. Het hoofd van mij en de kinderen zit vol, maar dan is er ook nog het Jeugdjournaal.

Tijdens het fruit eten op school wordt het Jeugdjournaal aangezet. En worden de kinderen geconfronteerd met onderwerpen waar zelfs volwassenen moeite mee hebben.

Corona, klimaatveranderingen, gestrande walvissen, honger, onthoofdingen, geweld.

Bescherm kinderen tegen nieuws waar ze geen invloed op hebben. Breng positief nieuws, wat gaat goed? Wat kun je zelf doen?

Want de verbanden zien en de beelden relativeren is voor kinderen moeilijk. Kinderen kunnen zich angstig, verdrietig en onveilig gaan voelen en een negatief wereldbeeld ontwikkelen.

De wereld van een kind is niet zo groot en dat hoeft ook niet. Ze hebben genoeg aan school en hun kleine mensen probleempjes. Ze zijn nieuwsgierig en de interesse voor ‘grote’ onderwerpen komt vanzelf. Maar laat ze dit zelf aangeven (ook op school) en dwing ze niet als ze er nog niet aan toe zijn.

Zorg voor een open sfeer in je gezin, alle onderwerpen zijn bespreekbaar. Zit je kind ergens mee? Help het door het onderwerp van alle kanten te belichten en in het juiste perspectief te plaatsen. Door er over te praten, vormt je kind een beeld en een mening en kan hij het onderwerp afsluiten.