Eindejaarskriebels

December met Sinterklaas en Kerst komt er aan. De winkels hebben gezelligheid, lekker thuis zijn en knusheid handig gekoppeld aan het geven van cadeaus. Met in de laatste twee maanden van het jaar tal van ‘aanbiedingen’: black friday, cyber monday, stapelkortingen. In de twee laatste maanden van het jaar zijn de verleidingen om te kopen groot.

Hoe weersta je die verleidingen en wat kun je dan geven?

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom je geen of minder cadeaus zou willen geven in december. Vanwege duurzaamheid, minder spullen willen hebben of omdat de financiën het niet toelaten.

Wij vieren bijvoorbeeld geen Sinterklaas, omdat we niet willen liegen, niet willen kopen, het materialistisch is en het veel spanning oproept bij kinderen. Dan is het best lastig als kinderen hun schoencadeaus laten zien en als op school naar het Sinterklaasjournaal wordt gekeken. Gelukkig vinden onze kinderen dat ze al genoeg hebben en is het geen probleem dat wij het niet vieren.

Wel vieren wij met kerst de terugkeer van het licht. Met een kerstboom en lichtjes. We zijn meer binnen dan in de zomer, het is vroeg donker. Daarom maken we het huis gezellig. De winterperiode is er één van rust, kijk maar naar de natuur. We doen spelletjes, praten met elkaar, lezen voor, besteden tijd aan het eten, dekken de tafel mooi, reflecteren en kijken vooruit. Het jaar is immers bijna ten einde. Een winterwandeling met daarna warme chocolademelk maakt deze periode extra bijzonder. Warmte en licht in huis komen uit de mensen die er wonen, cadeaus dragen niet bij aan de sfeer.

Wil je wel iets geven?

Houd het klein, dus bijvoorbeeld met Sinterklaas pas in de laatste week schoen zetten, één gewild cadeau geven, tweedehands geven, iets nuttigs of een ervaring geven, iets gezonds geven in plaats van snoep, het cadeau extra mooi inpakken, een pakkend gedicht schrijven. Met een uitpakspel kun je er een hele gezellige avond van maken.

Vind je het het lastig de verleidingen om te kopen te weerstaan?

Maak een lijstje en koop dat alleen. Ben je bewust van de invloed van reclame. Laat je niet verleiden door aanbiedingen en koop geen onnodige prullen. Laat iedereen goed nadenken over wat ze willen hebben, vooral bij kinderen verandert dat wel eens. Bedenk ook zelf welk cadeau van toegevoegde waarde is voor je kind. Loop geen winkel binnen zonder doel en doe dit ook online.

Misschien wil je kind wat weggeven? Er zijn aan het einde van het jaar vaak inzamelacties voor kinderen die het niet zo breed hebben.

Nieuws

Of ik onze zestienjarige wil helpen met zijn huiswerk, zes uur per week mijn onwillige elfjarige wil begeleiden met het schoolwerk, ‘even’ de tafel van vijf wil leren aan onze achtjarige, die als enige in de klas de toets niet gehaald heeft en waarom onze vijfjarige krast op zijn tekening. Het hoofd van mij en de kinderen zit vol, maar dan is er ook nog het Jeugdjournaal.

Tijdens het fruit eten op school wordt het Jeugdjournaal aangezet. En worden de kinderen geconfronteerd met onderwerpen waar zelfs volwassenen moeite mee hebben.

Corona, klimaatveranderingen, gestrande walvissen, honger, onthoofdingen, geweld.

Bescherm kinderen tegen nieuws waar ze geen invloed op hebben. Breng positief nieuws, wat gaat goed? Wat kun je zelf doen?

Want de verbanden zien en de beelden relativeren is voor kinderen moeilijk. Kinderen kunnen zich angstig, verdrietig en onveilig gaan voelen en een negatief wereldbeeld ontwikkelen.

De wereld van een kind is niet zo groot en dat hoeft ook niet. Ze hebben genoeg aan school en hun kleine mensen probleempjes. Ze zijn nieuwsgierig en de interesse voor ‘grote’ onderwerpen komt vanzelf. Maar laat ze dit zelf aangeven (ook op school) en dwing ze niet als ze er nog niet aan toe zijn.

Zorg voor een open sfeer in je gezin, alle onderwerpen zijn bespreekbaar. Zit je kind ergens mee? Help het door het onderwerp van alle kanten te belichten en in het juiste perspectief te plaatsen. Door er over te praten, vormt je kind een beeld en een mening en kan hij het onderwerp afsluiten.

Onvoorwaardelijk ouderschap binnen onze maatschappij

Wij voeden onze kinderen op met natuurlijk en onvoorwaardelijk ouderschap.

De eerste drie jaar na de geboorte van onze kinderen gebruikten we, in eerste instantie onbewust, de principes van natuurlijk ouderschap: contact na de geboorte, reageren op signalen van de baby, borstvoeding, dragen, samen slapen, empathie en vermijden van langdurige scheiding. Zo raakt je kind veilig gehecht.

Nu de kinderen groter worden, gebruiken we als leidraad onvoorwaardelijk ouderschap. Dit houdt in dat je geen voorwaarden (straffen, belonen) aan de liefde voor je kind stelt, je samenwerkt met je kind en uitgaat van de intrinsieke motivatie. Termen die erbij horen zijn: reflectie (vooral van je eigen gedrag), nadenken over verzoeken, lange termijn, relatie met je kind staat voorop, respectvol, authentiek, minder praten en meer vragen, flexibel zijn. Het vraagt een grote betrokkenheid van ons, als ouders. Dit vormt thuis de basis voor hoe wij met elkaar omgaan.

Bijvoorbeeld op school wordt gewerkt met andere uitgangspunten. Straffen, belonen, dwingen, proberen te motiveren, praten tegen in plaats van met het kind komen vaak voor. Onze kinderen zijn zo’n benadering niet gewend en dat botst. Thuis is het ene eiland en school is het andere.

Op het thuiseiland: ontspannen, sensitieve, ondernemende, nieuwsgierige kinderen.

Op het schooleiland: gespannen, zich verzettende kinderen.

Al twaalf jaar ben ik in gesprek met de scholen van onze kinderen, maar het lukt ons niet om een brug tussen de eilanden te maken. Intussen verdrinken de kinderen.

Er zijn scholen die een andere benadering hebben. Zij gaan uit van de intrinsieke motivatie van kinderen, het voorleven en zien kinderen als volwaardige gesprekspartners. Je moet dit als ouders wel aandurven en er hangt een prijskaartje aan deze particuliere scholen.

Thuisonderwijs is ook een mogelijkheid, maar eigenlijk toch niet. Als een kind namelijk eenmaal ingeschreven heeft gestaan op een school, is het in Nederland nagenoeg onmogelijk om nog over te gaan op thuisonderwijs.

In veel banen worden werknemers niet vertrouwd. Zoemers, prikklokken, autoritaire bazen, geestdodend werk, weinig flexibiliteit en inbreng komen vaak voor. Funest voor de intrinsieke motivatie.

Intussen doet eenennegentig procent van de werknemers zijn of haar werk niet met plezier.

Hoe zorg je dat je kinderen niet in zo’n situatie terecht komen? Ik denk dat onvoorwaardelijk ouderschap een goede basis is. Dat ze, eenmaal volwassen, met zelfkennis, zelfvertrouwen, authenticiteit, creativiteit en intrinsiek gemotiveerd, hun eigen pad volgen en van daaruit hun werk creëren.

Omdenken dus: van straffen en belonen naar vertrouwen, van geld verdienen en spullen kopen naar gelukkig zijn, van extrinsieke naar intrinsieke motivatie, van zesjes cultuur naar ervoor gaan, van dictatuur naar democratie, van eenheidsworst naar creativiteit, van van alles een beetje naar uitblinken in waar je goed in bent.

Daar zou de maatschappij op ingericht moeten worden. Wie durft?

Autoloos

Wereldwijd sterven jaarlijks 8,8 miljoen mensen door luchtvervuiling. Er zijn 2,7 miljoen vroeggeboortes door luchtvervuiling. Luchtvervuiling verzwakt het immuunsysteem, veroorzaakt hart- en longproblemen en diabetes. Griepvirussen zorgen voor meer slachtoffers in gebieden met veel luchtvervuiling, dit geldt waarschijnlijk ook voor het coronavirus.

Vrijwel iedereen in Nederland ademt verontreinigde lucht in. Luchtverontreiniging wordt mede veroorzaakt door het verkeer.

Mede daarom hebben wij sinds drie jaar geen auto meer.

Behalve dat we dus minder vervuilen, zijn er meer voordelen:

We bewegen.

We hebben weinig vervoerskosten.

We hoeven geen taxi te zijn voor onze twee oudste kinderen, omdat zij zelf fietsen of met het openbaar vervoer gaan.

We hoeven ons geen zorgen te maken over een kras of deuk en kunnen geen aanrijding veroorzaken.

Onze kinderen nemen zelf deel aan het verkeer en leren de regels en gevaren.

We onthaasten.

We gebruiken onze creativiteit, overal is een oplossing voor.

Voor de meeste mensen zijn de luchtvervuiling, de gezondheidsimpact, maar ook de kosten geen reden om de auto te laten staan. Er worden veel korte ritjes mee gereden en zelfs bij financiële nood wordt de auto niet van de hand gedaan.

Maar is een auto een noodzakelijk bezit of zijn er alternatieven?

Een (elektrische) fiets voor korte ritjes. Er komen steeds meer snelfietspaden. Ook zijn steden autoluw of -vrij. Zorg voor een goed regenpak, fietstassen en vervoer je kinderen veilig.

Voor lange ritten: het openbaar vervoer of een deel- of huurauto. Het openbaar vervoer is best relaxed: je hoeft niet op het verkeer te letten en er is wifi. Wel is het redelijk duur. Deelauto’s staan alleen in steden, lastig als je in een dorp woont. Een auto die niet vervuilend is, zou ook een alternatief kunnen zijn. Of een auto, die je deelt met je buren of familie.

Als je de mogelijkheid hebt, kun je woon-werkverkeer verminderen door thuis te werken.

‘Durf’ jij ook?

Challenges (extra uitdagend als je een gezin met kinderen hebt 😉):

1. Loop of fiets alle ritjes korter dan zeven kilometer enkele reis.

2. Ga ergens naartoe met het openbaar vervoer.

3. Raak je auto een maand niet aan.

4. Probeer thuiswerken.

5. Verkoop één van de twee auto’s in je huishouden.

6. Spaar het geld dat je anders aan autokosten zou uitgeven.

7. Ga op vakantie zonder auto, maar op een andere duurzame manier.

Klimaatverandering versus pandemie

Al jarenlang worden we gewaarschuwd voor de impact van ons menselijk handelen op het klimaat. Intussen worden de gevolgen ook in de westerse wereld zichtbaar. Alle alarmbellen zouden moeten afgaan, maar dit gebeurt niet. Waarom kan corona wel de wereld lamleggen en de klimaatveranderingen niet?

Misschien is de klimaatverandering te groot voor ons om te omvatten. We hebben dan het gevoel dat ons handelen toch geen verschil maakt. Toch is dat wel zo. Door de lockdowns in de steden, het stilleggen van fabrieken en vliegverkeer en thuis werken knapte de luchtkwaliteit enorm op. Intussen is bijna iedereen weer teruggevallen op het oude gedrag met bijbehorende slechte luchtkwaliteit. Waarom doen we dat? Gewoonte, laksheid, gemakzucht, desinteresse, korte termijn denken, egoïsme?

Veel mensen hebben luchtwegklachten. Die worden mede veroorzaakt door luchtvervuiling. Ook vroeggeboortes, miskramen en verminderde vruchtbaarheid worden met luchtvervuiling in verband gebracht. Mensen sterven gemiddeld twee jaar eerder door luchtvervuiling. Dit wordt blijkbaar algemeen geaccepteerd, er worden geen maatregelen genomen zoals bij de corona.

Waarom willen we controle op de verspreiding van een virus, eigenlijk onmogelijk, terwijl we de luchtkwaliteit met een paar aanpassingen wel kunnen beïnvloeden?

Er zijn ook overeenkomsten in de omgang met het coronavirus en de klimaatverandering. In beide gevallen lukt het de leiders van de landen in de wereld niet om gezamenlijke afspraken te maken. In plaats van oplossingen te zoeken, staan rivaliteit, nationalisme en eigen en economische belangen op de voorgrond. En waarschijnlijk is er een samenhang tussen luchtvervuiling en de verspreiding van het coronavirus. In gebieden met veel luchtvervuiling zijn veel coronabesmettingen. Door slechter immuunsysteem, veel binnen zijn in deze verstedelijkte gebieden?

We zijn het verleerd om met de natuur te leven, maar de natuur is onze eerste levensbehoefte. We vervuilen de planeet, putten haar uit, zonder de link te leggen met ons eigen voortbestaan. Ik denk dat we naast luchtvervuiling ook een pandemie zelf veroorzaken.

Het laten zien van verstrikte schildpadden en verhongerde ijsberen en het beschrijven van doemscenario’s heeft geen nut. Veel natuur- en milieuorganisaties leggen in hun publicaties de schuld bij de mens. Dat de mens voor een groot deel verantwoordelijk is, klopt dus wel, maar het is een negatieve benadering en een individu kan daar niets mee.

Wat dan? Wat kun je zelf doen?

Begin klein en begin bij jezelf. Een groene tuin, een boom planten, de auto laten staan, dichtbij op vakantie, wat zwerfafval oprapen, bewegen, water drinken, minder dierlijke producten eten, lokaal kopen, alleen spullen hebben die je gebruikt, onverpakt kopen, geen wegwerpartikelen kopen…

Steeds meer mensen willen de vervuiling verminderen of stoppen. Er zijn mooie initiatieven, zowel van individuen als bedrijven. Maar het is niet makkelijk en geen gemeengoed. En dat is wat er zou moeten veranderen.

De overheid kan hierbij helpen door duurzame alternatieven goedkoper, mogelijk en voor iedereen toegankelijk maken. Door voorlichting en adviezen te geven, duurzaamheid te eisen, vervuiling te ontmoedigen. Door vliegvakanties duurder maken, te investeren in duurzame energie en vervoersmiddelen. Door minder te importeren uit verre landen en meer in Europa duurzaam te produceren. Door plastic en andere artikelen voor eenmalig gebruik te verbieden.

We kunnen beter afstand doen van de industriële samenleving en investeren in natuurherstel en echte duurzaamheid. De hele wereld moet hierin samenwerken en alle andere belangen loslaten. Het is essentieel voor de toekomst van de mens. Het is geen lange termijn meer, de klimaatveranderingen raken ons nu al.

Sportwereld

Met verbazing kijk ik naar de (top)sportwereld: de intimidatie van de turnsters en het kost wat kost willen organiseren van wedstrijden in het voetbal, wielrennen in de coronatijd, anorexia. Moeten we ons niet eens afvragen wat topsport kost en wat het oplevert?

Wat is sport? Volgens het woordenboek: allerlei lichamelijke oefeningen en ontspanning waarbij vaardigheid, kracht en inzicht vereist worden.

De hierboven bedoelde sport is goed voor je. Bewegen is prima. Bij onze dagelijkse bezigheden bewegen we te weinig. Sporten is daarom eigenlijk noodzaak in onze maatschappij. Voor kinderen tot en met ouderen.

Hoe is wedstrijdsport ontstaan? De jagers-verzamelaars kenden geen competitie. Zij speelden vanwege het plezier in het spel.

De samenleving veranderde: met de landbouw kwam er bezit. Dat moest verdedigd worden en er kwamen legers. De soldaten oefenden in vredestijd voor het geval er oorlog kwam. Zo ontstond competitie.

Tijdens de industriële revolutie is sport zoals we die nu kennen ontstaan, met wedstrijden die massaal gevolgd konden worden door het ‘gewone volk’. Dit was vermaak na het saaie, zware werk in de fabrieken en hield de mannen rustig.

Maar wat is het geworden? Topsporters zijn levende reclame. Soort slaven, die moeten uitvoeren wat hun baas hen opdraagt. Soms nog kinderen. Vaak staan ze onder grote druk.

Zijn sporters een goed voorbeeld? Bedrog, drugsgebruik, dwang, doping, omkopen, agressie, intimidatie, machtsmisbruik, risico’s nemen, anorexia, ten koste van anderen, geen eigen inbreng en individualisme? En na hun carrière het ‘zwarte gat’: geen voldoening meer kunnen vinden, hoogtepunt al gehad hebben, psychische en lichamelijke problemen.

In de media is geen kritisch geluid te horen. Topsporters worden op handen gedragen door sportverslaggevers, op een voetstuk geplaatst, om er na bijvoorbeeld toegegeven dopinggebruik of mindere prestaties weer afgegooid te worden.

Ook duurzaamheid is ver te zoeken in wedstrijdsport: verplaatsingen per auto en vliegtuig, media en supporters die meereizen en materiaal dat maar eenmaal gebruikt wordt.

Topsport mag gereorganiseerd, heroverwogen, verduurzaamd en genormaliseerd worden. Het mag allemaal wel wat minder. En dan bijvoorbeeld meer aandacht en geld voor buiten spelen, speelplekken voor kinderen, bewegen, fietsvriendelijke steden.

Want: sporten is geweldig. De flow, snelheid, kracht en techniek. Goed voor lichaam en geest.

Sport is spelen, zonder dwang, druk, agressie en competitie. Elkaar uitdagen om beter te worden, iets nieuws te proberen, het komt uit jezelf. Plezier hebben. Dit geldt zeker voor kinderen: laat ze buiten spelen, lopen, fietsen, rennen, springen en dansen. Spontaan, zonder opgelegde oefeningen of regels. Die maken ze zelf wel. En geef zelf het goede voorbeeld: bewegen krijg je van huis uit mee.

Minimalisme

Minimalisme is de poging om dingen tot hun eenvoudigste vorm, karakter of functie te herleiden. Je hebt minimalistische kunst en gebouwen en een minimalistische levensstijl.

Op zich goed dat veel westerse mensen met minimalisme bezig zijn. Minder spullen, minder zooi, minder kopen, minder vervuiling, eenvoudiger leven en meer rust.

Voor ons gaat minimalisme hand in hand met duurzaam en natuurlijk leven. Dat omvat meer dan alleen minimalisme. Geen auto, zoveel mogelijk plastic free en zero waste en weinig, maar kwalitatief goede spullen die allemaal gebruikt worden. Wij wonen sinds vorig jaar in een nieuwbouw huurwoning, nul op de meter en super geïsoleerd. De woning heeft een oppervlakte van 85 m2, drie slaapkamers en geen zolder. We wonen er met ons gezin van zes. Dat past prima zolang je er niet teveel spullen in zet. Daarom het minimalisme.

Kijk uit dat je dingen gaat kopen voor je minimalistische levensstijl. Want voor die capsule wardrobe moet je wel bepaalde kleding hebben. Toch?

Minimalisme is een middel en geen doel. Dan wordt het eng, een obsessie. Een minimalistische levensstijl mag niet ten koste gaan van je geluk, je gezin, andere bezigheden en het mag je vooral niet beletten je gevoel te volgen en liefdevol te zijn.

Geluk zit niet in spullen, maar ook niet in ontspullen. Geluk zit in ontspanning, genieten, nietsdoen, je groeiende kinderen, gezondheid, een goede nachtrust, lekker eten, liefhebben, buiten zijn, vrij zijn, emoties tonen, jezelf zijn en honderden andere kleine dingen.

Vraag je af: waarom wil ik minimalistisch leven? En de rest van je gezin? Wat geef je je kinderen mee? Is minimalisme de oplossing of …?

Maar goed, minimalisme dus:

Geen dubbele (schroevendraaiers, openers).

Één voorwerp gebruiken voor meerdere doeleinden: wasmand is badje, één bakje voor soep, toetje, fruit.

Geef door, verkoop, recycle of doe weg wat je niet gebruikt, kapot of te klein is, gelezen is of waar de kinderen te groot voor zijn.

Maak zelf met een paar ingrediënten: deodorant, (af)wasmiddel, schoonmaakmiddel, tandpasta.

Genoeg: voor ieder gezinslid bord, beker, bakje en bestek. Bij feestjes of etentjes leen je van de buren. Iedereen één jas, één fiets, één skateboard en twee setjes beddengoed.

Een paar: mooie voorwerpen of een bijzonder schilderij.

Leen of deel: extra servies, gereedschap, boeken, auto.

Heb weinig opbergruimte en voorraad en koop er niets bij.

Bewaar niet, koop niet en vervang niet zomaar.

Sprookje

Er waren eens een man en een vrouw. De vrouw was zwanger van haar eerste kindje. Ze hadden besloten om na de geboorte van de baby allebei vier dagen te gaan werken. Maandag: mamadag, dinsdag: naar de ouders van de man, woensdag: kinderdagverblijf, donderdag: naar de ouders van de vrouw, vrijdag: papadag. En misschien konden ze op de mama- en papadag nog wat thuiswerken.

Maar tijdens de zwangerschap veranderde de vrouw, ze werd zachter en emotioneler, en na de geboorte werd ze moeder.

De moeder voelde perfect aan wat haar baby nodig had: moedermelk en haar nabijheid. Er volgde een rustige tijd, de baby was ontspannen en huilde zelden.

Na tien weken ging de moeder weer werken. De vader bleef zes weken thuis. Hij vond het lastig om de baby te begrijpen en kon niet tegen het geluid van een huilende baby. Meerdere malen per dag belde hij de moeder op haar werk. Zij wist wat de baby nodig had, maar kon het niet geven. Dit was stressvol. Bovendien kon ze zich niet op haar werk concentreren en lekten haar borsten.

Zes weken later ging het schema in dat ze tijdens de zwangerschap bedacht hadden. De baby leek het goed te doen bij de grootouders en op het kinderdagverblijf. Thuis echter maakte hij een uitgeputte indruk. Zowel overdag als ’s nachts waren de ouders met de overprikkelde baby bezig. Hierdoor raakten zij ook uitgeput en gestresst. Van thuiswerken kwam niks. De ouders zaten met de handen in het haar. Ze moesten immers werken om hun huis, spullen en later de opleiding, autorijles, sportclub, merkkleding en muziekles van het kind te kunnen betalen.

Een jaar later kreeg de moeder een visioen. Ze weet het aan haar burn out, maar later zei haar man dat hij hetzelfde had gedroomd. Ze droomden dat de wereld totaal anders was. Mensen woonden in kleine groepen bij elkaar, met allerlei leeftijden. Iedereen hielp elkaar en deed waar hij of zij goed in was. Baby’s en kleine kinderen werden gedragen en in hun behoefte voorzien door hun (groot)ouders, zus, broer of nichtje. De oudere kinderen speelden de hele dag, leerden van de andere kinderen of keken wat de volwassenen deden. Er waren degelijke, noodzakelijke spullen en ze waren van iedereen. Er was geen prestatiedruk, competitiedrang of stress en toch gebeurde alles wat er moest gebeuren met respect voor elkaar en de natuur. Niemand hoefde via social media hun leven te delen, want ze leefden al met elkaar. Het was een samenleving die op harmonieuze, liefdevolle wijze met elkaar omging, gebruik makend van oude en nieuwe kennis. Met de omgangsvormen en samenlevingsvorm uit de ‘primitieve’ wereld (sociocratie, innerlijke motivatie, één met de natuur) en de technologieën van nu (internet, zonnepanelen, kennis).

De man en vrouw zagen in dat materialisme hen geen goeds bracht en besloten hun droom waar te maken. Ze richtten een online community op en vonden gelijkgestemden. Ze verdiepten zich in duurzaamheid, wonen, natuurlijk leven, zelfvoorzienend zijn, sociocratie en natuurlijk ouderschap. Er was weerstand en ze kregen tegenslagen, maar uiteindelijk waren zij de pioniers van een nieuwe samenleving.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

21 century skills

Ik zag een interview van café Weltschmerz. Er werd gezegd dat het industriële tijdperk voorbij is, de factor arbeid is niet belangrijk meer. Er is een technologische macht bij gekomen, die (nog) niet democratisch is. We zitten nu in een soort vacuüm, een interbellum, een nieuwe wereldorde moet ingericht worden. Dit zette mij aan het denken.

Want de vraag is: wat wordt de nieuwe wereldorde?

Een technologische, digitale macht die mensen controleert, in hun privacy, vrijheid reguleert, censureert en die door niemand gecontroleerd of teruggefloten kan worden? Waar zelfs overheden aan ondergeschikt zijn?

Of: een technologische macht ten behoeve van de mensen, dieren, natuur en het klimaat. Niet enkele grote, geglobaliseerde bedrijven, maar veel verschillende gericht op lokale mogelijkheden en behoeften.

Een interbellum is een onrustige tijd…

Zo is er bij veel mensen het besef dat bijvoorbeeld de scholen niet meer aansluiten bij de huidige tijd. Scholen zitten nog in het industriële model. Montessori, jenaplan, vrije school: allemaal ontstaan rond 1900. Scholen lijken op een industrieel bedrijf: niet democratisch, maar een baas (leraar) die zegt wat de werknemers (leerlingen) moeten doen. Iedereen leert hetzelfde, op hetzelfde moment. Kinderen moeten luisteren, niet kritisch zijn en ‘goede’ werknemers worden.

Alleen is de laatste twintig jaar de digitalisering erbij gekomen met op het internet een onuitputtelijke bron van informatie, meningen en mogelijkheden. Ik denk dat scholing moet gaan inhouden dat we kinderen hiermee leren omgaan. Topografie leren, geschiedenis feitjes uit je hoofd leren? Het is nutteloos geworden, je kunt het allemaal zo opzoeken. Leer kinderen wat betrouwbare bronnen zijn, wakker hun nieuwsgierigheid aan, leer ze kritisch denken, analyseren, verbanden leggen, bied ze digitale vaardigheden, laat ze ontdekken waar ze goed in zijn en begeleid ze hierbij.

De meerderheid houdt nog vast aan het oude, ook doordat de machtige, industriële bedrijven niet opgeven: olie-industrie, auto-industrie. Vernieuwingen worden tegengewerkt door deze bedrijven en regels uit het industriële tijdperk. Er is angst voor verandering, onzekerheid. Dit is typisch voor een overgangsperiode, want het is niet duidelijk wat ervoor in de plaats komt. Arbeid bijvoorbeeld, werk, hoe ga je geld verdienen als robots je werk overnemen? Of is dat te veel denken als in het industriële tijdperk en is het kapitalisme ook verleden tijd? Gaat er veel meer veranderen dan wij ons kunnen voorstellen op dit moment?

Voorzichtige pre-industriële uitingen zijn: vernieuwingsscholen (bijvoorbeeld democratische school), ontspullen, minimalisme, natuurlijker leven, andere woonvormen, flexibele werktijden, werken met doelen en niet in uren, kleine zelfstandigen die lokaal maatwerk maken, robotisering, duurzame uitvindingen, basisinkomen, maar ook apps waarbij je doen en laten gevolgd kan worden, vrijheidsbeperkingen, verboden die eerst ondenkbaar waren.

De maatschappij overkomt ons niet, maar die is van ons en wij, de mensen, kunnen laten zien welke kant we op willen. Dus heb je ideeën: ga ervoor!

Motivatie

Motivatie is de bereidheid tot het verrichten van bepaald gedrag en wordt onderverdeeld in extrinsieke en intrinsieke motivatie.

Extrinsiek: bepaald gedrag laten zien, omdat je ervoor beloond wordt, een compliment krijgt, afhankelijkheid van anderen.

Intrinsiek: bepaald gedrag vertonen, omdat je dat zelf wil, onafhankelijk van anderen, zelfdiscipline, verantwoordelijk voor en de controle bij jezelf.

Kinderen op school ervaren hetzelfde als volwassenen die werken voor een baas: ze moeten taken doen of doelen bereiken die opgelegd worden. Intrinsieke motivatie verdwijnt snel als je steeds hetzelfde moet doen, geen inspraak hebt in je werk- of leerproces, niet mee mag besluiten en bestraft wordt voor het niet halen van doelen. Je krijgt tegenzin, angst en stress.

Steeds meer wordt duidelijk dat als je zelf inspraak hebt in je werk- of leerproces dit je motivatie ten goede komt. Het werk of de taak kost het minder moeite, energie en je werkt efficiënter. Ook afwisseling, mee beslissen en een afgerond geheel maken in plaats van steeds hetzelfde kleine stukje, geven voldoening, zelfs voor taken die niet leuk zijn.

Ik vind dat alleen intrinsieke motivatie echte motivatie is. Je kunt mensen niet extrinsiek motiveren, maar wel inspireren, een zetje in de goede richting geven, de weg wijzen, vaardigheden leren, voordoen. Samen, gelijkwaardig, onvoorwaardelijk en liefdevol.