Vrijheid is een volgetankte Mercedes

Zo begint een liedje van Armand dat mijn man wel eens zingt.

En zo ging het inderdaad: tanken, inpakken en op naar Frankrijk. Eerst op de bonnefooi, heel ergens anders uitkomend dan het oorspronkelijke reisdoel, later met de kinderen met een vooraf gereserveerde campingplaats.

Met veel kleine avonturen onderweg: lugubere overnachtingen, baby’s die op het verkeerde moment poepen, zeurende kinderen onderweg, een gestolen fiets en in het Frans proberen aangifte te doen, camping zonder gasten…, maar ook: lekker eten, een andere taal horen en je verstaanbaar proberen te maken, bergen, varen, fietsen, koeien, kamperen, onweer en ‘enge’ kabelbanen. En niet te vergeten die vriendelijke Franse boer die onze kleuter kuikentjes en bokjes liet vasthouden en hem op een grote boerenknol zette. Gewoon wat van de wereld zien en voelen.

We koesteren de herinneringen, onze jongste twee kinderen hebben die zelfs niet. Zij zijn nog nooit in het buitenland geweest. En ze zullen daar (voorlopig?) niet komen. Want wij willen niet getest, gevaccineerd of anderszins doorgelicht worden voordat we op reis mogen. Dan gaan we maar niet op vakantie.

Testen voor een voorstelling? Dan doen we dat ook niet meer. Geven we ze zelf wel mee. Testen voor muziekles op sportclub? Ook niet meer dan. Doen we het wel zelf. Testen voor je mag winkelen? Ik ga wel naar de markt of boer. Testen voor je naar school of werk mag? Tja… Je bankrekening geblokkeerd, omdat je niet gevaccineerd bent? Help!

Maar zover is het (nog) niet. Zullen we het ook niet zover laten komen? Testen en vaccineren is voorwaardelijk en we willen onvoorwaardelijk onze vrijheid terug. Toch?

Dus laat je niet verleiden en doe niet mee.

Burgerschap

Sinds 2006 staat in de wet dat scholen les moeten geven innburgerschap, vanaf september 2021 wordt dit een verplichting.

Burgerschap gaat onder andere over leren wat een democratie is en normen en waarden ( basiswaarden).

Basiswaarden zijn “algemene, breed erkende essentiële waarden, waarop onze democratische manier van samenleven is gebaseerd, afgeleid van de Nederlandse Grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens” (Staatscourant 5 juli 2006, nr. 128)

Het betreft de volgende basiswaarden:

  • Vrijheid van meningsuiting betekent dat je mag zeggen of schrijven wat je denkt, of tegen de opvatting van anderen in mag gaan. Iedereen mag dus ook zijn of haar geloof uitdragen, of zijn of haar mening aan anderen voorhouden. Daarbij moet je je wel houden aan de wet.
  • Gelijkwaardigheid betekent dat mensen van gelijke waarde zijn. Daarbij maakt het niet uit wat je denkbeelden zijn of wat je gelooft. Je hoeft niet te vinden dat die denkbeelden of gebruiken zelf waardevol zijn, maar wel dat mensen met andere denkbeelden en gebruiken niet minder waard zijn dan jij, of dan jouw groep.
  • Begrip voor anderen betekent dat je probeert te begrijpen waarom mensen of groepen bepaalde denkbeelden of gebruiken hebben: wat is de achtergrond daarvan en waarom is dat belangrijk voor een ander.
  • Verdraagzaamheid (ook wel tolerantie genoemd) betekent dat je de mening of het gedrag van een ander accepteert, ook al ben je het er helemaal niet mee eens. En het betekent ook dat je ieder de ruimte wilt geven om zo’n mening of zulk gedrag te hebben. Natuurlijk moet iedereen zich daarbij wel houden aan de wet.
  • Autonomie betekent dat iedereen zelf kan bepalen wie hij/zij wil zijn en hoe hij/zij zijn/haar leven wil leiden. Ieder is dus bijvoorbeeld vrij om zelf te bepalen welke denkbeelden of welk geloof voor hem/haar belangrijk is. Daarbij moet je je wel houden aan de wet.
  • Het afwijzen van onverdraagzaamheid. Onverdraagzaamheid (ook wel intolerantie genoemd) is het tegenovergestelde van tolerantie. Het betekent dat je vindt dat andere mensen of groepen, dingen waar jij het niet mee eens bent, niet zouden mogen denken of doen; en dat je het niet nodig vindt dat ieder de ruimte krijgt om zo’n mening of zulk gedrag te hebben.
  • Het afwijzen van discriminatie. Discriminatie betekent dat mensen of groepen bij anderen achtergesteld worden, of dat je vindt dat er voor mensen met andere denkbeelden of gebruiken niet zoveel ruimte hoeft te zijn, of dat die denkbeelden of gebruiken misschien zelfs verboden moeten worden.

Als kinderen deze basiswaarden leren, waarom worden andersdenkenden dan nu gecensureerd (je mag zeggen en schrijven wat je wil?, afwijzen discriminatie?), mag je niet je eigen mening hebben (vrijheid van meningsuiting?), worden niet-gevaccineerden straks tweederangs burgers (evenveel waard zijn?), mag je niet demonstreren (tolerantie?), is er polarisatie (begrip voor anderen?) en mag je niet zelf weten hoe je je leven leidt (autonomie?)

Wij geven onze kinderen deze basisvoorwaarden mee, zoals wij die ook weer hebben geleerd van onze ouders. Het voelt nu alsof de vaste grond onder onze voeten wegspoelt en ik weet niet hoe ik hierop moet reageren.

Middelbare school

Het overvalt ons een beetje, volgende maand schrijven we ons tweede kind in op een middelbare school. Welke school past bij hem?

Onze tweede zoon: intelligent, gevoelig, creatief, denker en doener, beelddenker, kritische denker, analist, chaoot, steeds zelfstandiger. Met een ontzettende hekel aan het autoritaire schoolsysteem, het moeten leren, het geen eigen inbreng hebben. Waar moet hij heen?

De nieuwste school? Thematisch, samenhang tussen de vakken, zelf onderzoeken, van elkaar leren. Dit past bij hem, maar kunnen we van een twaalfjarige verlangen dat hij een uur met de bus gaat en dan nog een stuk moet lopen? En wat als hij uitgeloot wordt?

Democratische school? Op vijf kilometer van ons huis. Maar wat gaat ons kind daar de hele dag doen? Skaten? En hoe betalen we deze particuliere school?

Of: een jaar naar de democratische school en dan verder kijken?

Helicon VMBO t plus? Niet te veel, maar ook niet te weinig uitdaging, praktijk, kleine, groene school op negen (veilige fietspad) kilometers van ons huis. Maar wel een reguliere school met losse vakken waarbij de leerstof in kleine brokjes wordt aangeboden.

We weten het niet…

De coronamaatregelen werken ook niet mee: geen open dagen, geen doe middagen, zelfs inschrijven gebeurt online. Hij gaat straks naar een school waar hij nog nooit geweest is. Lastig.

Hoe doen jullie dat?

Building back bad

Ooit leerde ik over de Trias politica, sinds ongeveer 1780 de basis voor machtverdeling in de meeste democratieën. Het verdelen en bewaken van de macht in een wetgevende macht (parlement), uitvoerende macht (regering) en rechterlijke macht (gerechtshoven, rechtbanken) is het belangrijkste principe van een democratie. Dit werkte meestal de afgelopen tweehonderd jaar.

In een democratie is geen rol voor de vierde grote macht, de technologische macht. Toch beïnvloedt deze macht in toenemende mate de beslissingen van regeringen en ons leven.

De laatste decennia zijn bedrijven groter en groter geworden door fusies en overnames. Deze grote bedrijven hebben vele merken onder zich. Ook bedrijven die concurrenten lijken, zijn dit niet: ze bezitten namelijk elkaars aandelen. Door deze globalisering zijn de aandelen van vrijwel alle beursgenoteerde bedrijven in de wereld in handen van twee investeringsmaatschappijen. Dit zijn de rijkste en machtigste bedrijven en mensen ter aarde en zij beïnvloeden ons, onze regeringen en onze democratieën.

Bijvoorbeeld de World Health Organisation, de United Nations en het World Economic Forum zijn opgericht door landen, regeringsleiders om problemen die de hele wereld aangaan te bespreken en op te lossen. Deze organisaties zijn afhankelijk van giften. Intussen zijn het niet de landen die de voornaamste financiële middelen ter beschikking stellen, maar foundations (zoals die van Bill Gates) die de grootste donateurs zijn. Deze foundations ontvangen hun geld van de technologische macht. Het zijn dus alles behalve onafhankelijke liefdadigheidsinstellingen.

Regeringsleiders zijn trekpoppetjes van de technologische macht, die geld wil verdienen. Op dit moment wordt de democratie op de proef (virus) gesteld en ze staat er niet goed voor.

In ons land bijvoorbeeld worden vrijheidsbeperkende maatregelen genomen: niet reizen, niet demonstreren, vaccinatiepaspoort, avondklok, mondkapjesplicht. Vaste waarden wankelen: uitspraken rechters, onafhankelijke pers, censuur, scholing, grote beslissingen genomen door een demissionair kabinet, harde politieoptredens, vrijheid van meningsuiting, negeren van anders denkenden.

Niet alleen in Nederland, dit is een globale trend. Het vrijheidsdenken, de welvaart, de waarden waarmee wij (in het westen) opgegroeid zijn en die wij voor vast aannamen, worden van ons afgenomen.

Hoe moet ik dit duiden? Een ‘staatsgreep’ van de technologische macht? Bewust chaos creëren, angst aanjagen? En dan: niet build back better, maar build back bad?

De technologische macht kan alleen bestaan als wij consumeren. We zijn te afhankelijk: van onze smartphone, van onze elektrische apparaten, van de supermarkten. Maak je hiervan los, ben creatief, kritisch en vrij. Wij zijn de wereld in liefde en vrijheid.

Eindejaarskriebels

December met Sinterklaas en Kerst komt er aan. De winkels hebben gezelligheid, lekker thuis zijn en knusheid handig gekoppeld aan het geven van cadeaus. Met in de laatste twee maanden van het jaar tal van ‘aanbiedingen’: black friday, cyber monday, stapelkortingen. In de twee laatste maanden van het jaar zijn de verleidingen om te kopen groot.

Hoe weersta je die verleidingen en wat kun je dan geven?

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom je geen of minder cadeaus zou willen geven in december. Vanwege duurzaamheid, minder spullen willen hebben of omdat de financiën het niet toelaten.

Wij vieren bijvoorbeeld geen Sinterklaas, omdat we niet willen liegen, niet willen kopen, het materialistisch is en het veel spanning oproept bij kinderen. Dan is het best lastig als kinderen hun schoencadeaus laten zien en als op school naar het Sinterklaasjournaal wordt gekeken. Gelukkig vinden onze kinderen dat ze al genoeg hebben en is het geen probleem dat wij het niet vieren.

Wel vieren wij met kerst de terugkeer van het licht. Met een kerstboom en lichtjes. We zijn meer binnen dan in de zomer, het is vroeg donker. Daarom maken we het huis gezellig. De winterperiode is er één van rust, kijk maar naar de natuur. We doen spelletjes, praten met elkaar, lezen voor, besteden tijd aan het eten, dekken de tafel mooi, reflecteren en kijken vooruit. Het jaar is immers bijna ten einde. Een winterwandeling met daarna warme chocolademelk maakt deze periode extra bijzonder. Warmte en licht in huis komen uit de mensen die er wonen, cadeaus dragen niet bij aan de sfeer.

Wil je wel iets geven?

Houd het klein, dus bijvoorbeeld met Sinterklaas pas in de laatste week schoen zetten, één gewild cadeau geven, tweedehands geven, iets nuttigs of een ervaring geven, iets gezonds geven in plaats van snoep, het cadeau extra mooi inpakken, een pakkend gedicht schrijven. Met een uitpakspel kun je er een hele gezellige avond van maken.

Vind je het het lastig de verleidingen om te kopen te weerstaan?

Maak een lijstje en koop dat alleen. Ben je bewust van de invloed van reclame. Laat je niet verleiden door aanbiedingen en koop geen onnodige prullen. Laat iedereen goed nadenken over wat ze willen hebben, vooral bij kinderen verandert dat wel eens. Bedenk ook zelf welk cadeau van toegevoegde waarde is voor je kind. Loop geen winkel binnen zonder doel en doe dit ook online.

Misschien wil je kind wat weggeven? Er zijn aan het einde van het jaar vaak inzamelacties voor kinderen die het niet zo breed hebben.

Nieuws

Of ik onze zestienjarige wil helpen met zijn huiswerk, zes uur per week mijn onwillige elfjarige wil begeleiden met het schoolwerk, ‘even’ de tafel van vijf wil leren aan onze achtjarige, die als enige in de klas de toets niet gehaald heeft en waarom onze vijfjarige krast op zijn tekening. Het hoofd van mij en de kinderen zit vol, maar dan is er ook nog het Jeugdjournaal.

Tijdens het fruit eten op school wordt het Jeugdjournaal aangezet. En worden de kinderen geconfronteerd met onderwerpen waar zelfs volwassenen moeite mee hebben.

Corona, klimaatveranderingen, gestrande walvissen, honger, onthoofdingen, geweld.

Bescherm kinderen tegen nieuws waar ze geen invloed op hebben. Breng positief nieuws, wat gaat goed? Wat kun je zelf doen?

Want de verbanden zien en de beelden relativeren is voor kinderen moeilijk. Kinderen kunnen zich angstig, verdrietig en onveilig gaan voelen en een negatief wereldbeeld ontwikkelen.

De wereld van een kind is niet zo groot en dat hoeft ook niet. Ze hebben genoeg aan school en hun kleine mensen probleempjes. Ze zijn nieuwsgierig en de interesse voor ‘grote’ onderwerpen komt vanzelf. Maar laat ze dit zelf aangeven (ook op school) en dwing ze niet als ze er nog niet aan toe zijn.

Zorg voor een open sfeer in je gezin, alle onderwerpen zijn bespreekbaar. Zit je kind ergens mee? Help het door het onderwerp van alle kanten te belichten en in het juiste perspectief te plaatsen. Door er over te praten, vormt je kind een beeld en een mening en kan hij het onderwerp afsluiten.

Onvoorwaardelijk ouderschap binnen onze maatschappij

Wij voeden onze kinderen op met natuurlijk en onvoorwaardelijk ouderschap.

De eerste drie jaar na de geboorte van onze kinderen gebruikten we, in eerste instantie onbewust, de principes van natuurlijk ouderschap: contact na de geboorte, reageren op signalen van de baby, borstvoeding, dragen, samen slapen, empathie en vermijden van langdurige scheiding. Zo raakt je kind veilig gehecht.

Nu de kinderen groter worden, gebruiken we als leidraad onvoorwaardelijk ouderschap. Dit houdt in dat je geen voorwaarden (straffen, belonen) aan de liefde voor je kind stelt, je samenwerkt met je kind en uitgaat van de intrinsieke motivatie. Termen die erbij horen zijn: reflectie (vooral van je eigen gedrag), nadenken over verzoeken, lange termijn, relatie met je kind staat voorop, respectvol, authentiek, minder praten en meer vragen, flexibel zijn. Het vraagt een grote betrokkenheid van ons, als ouders. Dit vormt thuis de basis voor hoe wij met elkaar omgaan.

Bijvoorbeeld op school wordt gewerkt met andere uitgangspunten. Straffen, belonen, dwingen, proberen te motiveren, praten tegen in plaats van met het kind komen vaak voor. Onze kinderen zijn zo’n benadering niet gewend en dat botst. Thuis is het ene eiland en school is het andere.

Op het thuiseiland: ontspannen, sensitieve, ondernemende, nieuwsgierige kinderen.

Op het schooleiland: gespannen, zich verzettende kinderen.

Al twaalf jaar ben ik in gesprek met de scholen van onze kinderen, maar het lukt ons niet om een brug tussen de eilanden te maken. Intussen verdrinken de kinderen.

Er zijn scholen die een andere benadering hebben. Zij gaan uit van de intrinsieke motivatie van kinderen, het voorleven en zien kinderen als volwaardige gesprekspartners. Je moet dit als ouders wel aandurven en er hangt een prijskaartje aan deze particuliere scholen.

Thuisonderwijs is ook een mogelijkheid, maar eigenlijk toch niet. Als een kind namelijk eenmaal ingeschreven heeft gestaan op een school, is het in Nederland nagenoeg onmogelijk om nog over te gaan op thuisonderwijs.

In veel banen worden werknemers niet vertrouwd. Zoemers, prikklokken, autoritaire bazen, geestdodend werk, weinig flexibiliteit en inbreng komen vaak voor. Funest voor de intrinsieke motivatie.

Intussen doet eenennegentig procent van de werknemers zijn of haar werk niet met plezier.

Hoe zorg je dat je kinderen niet in zo’n situatie terecht komen? Ik denk dat onvoorwaardelijk ouderschap een goede basis is. Dat ze, eenmaal volwassen, met zelfkennis, zelfvertrouwen, authenticiteit, creativiteit en intrinsiek gemotiveerd, hun eigen pad volgen en van daaruit hun werk creëren.

Omdenken dus: van straffen en belonen naar vertrouwen, van geld verdienen en spullen kopen naar gelukkig zijn, van extrinsieke naar intrinsieke motivatie, van zesjes cultuur naar ervoor gaan, van dictatuur naar democratie, van eenheidsworst naar creativiteit, van van alles een beetje naar uitblinken in waar je goed in bent.

Daar zou de maatschappij op ingericht moeten worden. Wie durft?

Autoloos

Wereldwijd sterven jaarlijks 8,8 miljoen mensen door luchtvervuiling. Er zijn 2,7 miljoen vroeggeboortes door luchtvervuiling. Luchtvervuiling verzwakt het immuunsysteem, veroorzaakt hart- en longproblemen en diabetes. Griepvirussen zorgen voor meer slachtoffers in gebieden met veel luchtvervuiling, dit geldt waarschijnlijk ook voor het coronavirus.

Vrijwel iedereen in Nederland ademt verontreinigde lucht in. Luchtverontreiniging wordt mede veroorzaakt door het verkeer.

Mede daarom hebben wij sinds drie jaar geen auto meer.

Behalve dat we dus minder vervuilen, zijn er meer voordelen:

We bewegen.

We hebben weinig vervoerskosten.

We hoeven geen taxi te zijn voor onze twee oudste kinderen, omdat zij zelf fietsen of met het openbaar vervoer gaan.

We hoeven ons geen zorgen te maken over een kras of deuk en kunnen geen aanrijding veroorzaken.

Onze kinderen nemen zelf deel aan het verkeer en leren de regels en gevaren.

We onthaasten.

We gebruiken onze creativiteit, overal is een oplossing voor.

Voor de meeste mensen zijn de luchtvervuiling, de gezondheidsimpact, maar ook de kosten geen reden om de auto te laten staan. Er worden veel korte ritjes mee gereden en zelfs bij financiële nood wordt de auto niet van de hand gedaan.

Maar is een auto een noodzakelijk bezit of zijn er alternatieven?

Een (elektrische) fiets voor korte ritjes. Er komen steeds meer snelfietspaden. Ook zijn steden autoluw of -vrij. Zorg voor een goed regenpak, fietstassen en vervoer je kinderen veilig.

Voor lange ritten: het openbaar vervoer of een deel- of huurauto. Het openbaar vervoer is best relaxed: je hoeft niet op het verkeer te letten en er is wifi. Wel is het redelijk duur. Deelauto’s staan alleen in steden, lastig als je in een dorp woont. Een auto die niet vervuilend is, zou ook een alternatief kunnen zijn. Of een auto, die je deelt met je buren of familie.

Als je de mogelijkheid hebt, kun je woon-werkverkeer verminderen door thuis te werken.

‘Durf’ jij ook?

Challenges (extra uitdagend als je een gezin met kinderen hebt 😉):

1. Loop of fiets alle ritjes korter dan zeven kilometer enkele reis.

2. Ga ergens naartoe met het openbaar vervoer.

3. Raak je auto een maand niet aan.

4. Probeer thuiswerken.

5. Verkoop één van de twee auto’s in je huishouden.

6. Spaar het geld dat je anders aan autokosten zou uitgeven.

7. Ga op vakantie zonder auto, maar op een andere duurzame manier.

Minimalisme

Minimalisme is de poging om dingen tot hun eenvoudigste vorm, karakter of functie te herleiden. Je hebt minimalistische kunst en gebouwen en een minimalistische levensstijl.

Op zich goed dat veel westerse mensen met minimalisme bezig zijn. Minder spullen, minder zooi, minder kopen, minder vervuiling, eenvoudiger leven en meer rust.

Voor ons gaat minimalisme hand in hand met duurzaam en natuurlijk leven. Dat omvat meer dan alleen minimalisme. Geen auto, zoveel mogelijk plastic free en zero waste en weinig, maar kwalitatief goede spullen die allemaal gebruikt worden. Wij wonen sinds vorig jaar in een nieuwbouw huurwoning, nul op de meter en super geïsoleerd. De woning heeft een oppervlakte van 85 m2, drie slaapkamers en geen zolder. We wonen er met ons gezin van zes. Dat past prima zolang je er niet teveel spullen in zet. Daarom het minimalisme.

Kijk uit dat je dingen gaat kopen voor je minimalistische levensstijl. Want voor die capsule wardrobe moet je wel bepaalde kleding hebben. Toch?

Minimalisme is een middel en geen doel. Dan wordt het eng, een obsessie. Een minimalistische levensstijl mag niet ten koste gaan van je geluk, je gezin, andere bezigheden en het mag je vooral niet beletten je gevoel te volgen en liefdevol te zijn.

Geluk zit niet in spullen, maar ook niet in ontspullen. Geluk zit in ontspanning, genieten, nietsdoen, je groeiende kinderen, gezondheid, een goede nachtrust, lekker eten, liefhebben, buiten zijn, vrij zijn, emoties tonen, jezelf zijn en honderden andere kleine dingen.

Vraag je af: waarom wil ik minimalistisch leven? En de rest van je gezin? Wat geef je je kinderen mee? Is minimalisme de oplossing of …?

Maar goed, minimalisme dus:

Geen dubbele (schroevendraaiers, openers).

Één voorwerp gebruiken voor meerdere doeleinden: wasmand is badje, één bakje voor soep, toetje, fruit.

Geef door, verkoop, recycle of doe weg wat je niet gebruikt, kapot of te klein is, gelezen is of waar de kinderen te groot voor zijn.

Maak zelf met een paar ingrediënten: deodorant, (af)wasmiddel, schoonmaakmiddel, tandpasta.

Genoeg: voor ieder gezinslid bord, beker, bakje en bestek. Bij feestjes of etentjes leen je van de buren. Iedereen één jas, één fiets, één skateboard en twee setjes beddengoed.

Een paar: mooie voorwerpen of een bijzonder schilderij.

Leen of deel: extra servies, gereedschap, boeken, auto.

Heb weinig opbergruimte en voorraad en koop er niets bij.

Bewaar niet, koop niet en vervang niet zomaar.

Sprookje

Er waren eens een man en een vrouw. De vrouw was zwanger van haar eerste kindje. Ze hadden besloten om na de geboorte van de baby allebei vier dagen te gaan werken. Maandag: mamadag, dinsdag: naar de ouders van de man, woensdag: kinderdagverblijf, donderdag: naar de ouders van de vrouw, vrijdag: papadag. En misschien konden ze op de mama- en papadag nog wat thuiswerken.

Maar tijdens de zwangerschap veranderde de vrouw, ze werd zachter en emotioneler, en na de geboorte werd ze moeder.

De moeder voelde perfect aan wat haar baby nodig had: moedermelk en haar nabijheid. Er volgde een rustige tijd, de baby was ontspannen en huilde zelden.

Na tien weken ging de moeder weer werken. De vader bleef zes weken thuis. Hij vond het lastig om de baby te begrijpen en kon niet tegen het geluid van een huilende baby. Meerdere malen per dag belde hij de moeder op haar werk. Zij wist wat de baby nodig had, maar kon het niet geven. Dit was stressvol. Bovendien kon ze zich niet op haar werk concentreren en lekten haar borsten.

Zes weken later ging het schema in dat ze tijdens de zwangerschap bedacht hadden. De baby leek het goed te doen bij de grootouders en op het kinderdagverblijf. Thuis echter maakte hij een uitgeputte indruk. Zowel overdag als ’s nachts waren de ouders met de overprikkelde baby bezig. Hierdoor raakten zij ook uitgeput en gestresst. Van thuiswerken kwam niks. De ouders zaten met de handen in het haar. Ze moesten immers werken om hun huis, spullen en later de opleiding, autorijles, sportclub, merkkleding en muziekles van het kind te kunnen betalen.

Een jaar later kreeg de moeder een visioen. Ze weet het aan haar burn out, maar later zei haar man dat hij hetzelfde had gedroomd. Ze droomden dat de wereld totaal anders was. Mensen woonden in kleine groepen bij elkaar, met allerlei leeftijden. Iedereen hielp elkaar en deed waar hij of zij goed in was. Baby’s en kleine kinderen werden gedragen en in hun behoefte voorzien door hun (groot)ouders, zus, broer of nichtje. De oudere kinderen speelden de hele dag, leerden van de andere kinderen of keken wat de volwassenen deden. Er waren degelijke, noodzakelijke spullen en ze waren van iedereen. Er was geen prestatiedruk, competitiedrang of stress en toch gebeurde alles wat er moest gebeuren met respect voor elkaar en de natuur. Niemand hoefde via social media hun leven te delen, want ze leefden al met elkaar. Het was een samenleving die op harmonieuze, liefdevolle wijze met elkaar omging, gebruik makend van oude en nieuwe kennis. Met de omgangsvormen en samenlevingsvorm uit de ‘primitieve’ wereld (sociocratie, innerlijke motivatie, één met de natuur) en de technologieën van nu (internet, zonnepanelen, kennis).

De man en vrouw zagen in dat materialisme hen geen goeds bracht en besloten hun droom waar te maken. Ze richtten een online community op en vonden gelijkgestemden. Ze verdiepten zich in duurzaamheid, wonen, natuurlijk leven, zelfvoorzienend zijn, sociocratie en natuurlijk ouderschap. Er was weerstand en ze kregen tegenslagen, maar uiteindelijk waren zij de pioniers van een nieuwe samenleving.

En ze leefden nog lang en gelukkig.